Als het over onderwijs voor onze kinderen gaat willen wij dan als ouders te veel? Ik heb jaren lang gestreden om mijn kinderen binnen de muren van een school te houden. Ik heb mij er altijd over verbaasd dat dit zo ging, maar ik geloof niet dat ik te veeleisend was.

dinsdag 23 juni 2020

Slechte heelmeesters en stinkende wonden

Ergens in 2012 werd door de media bekend gemaakt hoeveel kinderen in Nederland niet naar school kunnen. 12000 was het getal toen geloof ik. Maar dat zeg ik nu uit mijn hoofd.

We hadden net een kinderombudsman en die ging dit onmiddellijk onderzoeken (van Leerplicht naar Leerrecht 16 mei 2013). Het ministerie fabriceerde een organisatie die moest gaan zorgen dat alle thuiszitters terug naar school geleid werden: Gedragswerk.

Na twee jaar inzet van Gedragswerk bleek het aantal thuiszittende kinderen niet te zijn afgenomen. Ik kan mij voorstellen dat als je zo'n specifieke opdracht krijgt, dat het heel frustrerend moet zijn als het niet lukt. Dat heet ook wel falen.

De mannen van Gedragswerk schreven er een boek over: 'Iedereen aan Boord' (Van der Horst, Van Kessel). Ik was destijds bij de presentatie ervan aanwezig. En daar schreef ik een stukje over (Juni 2014: Goede Bedoelingen 1 en 2, zie blogarchief).

Bij de presentatie van dit boek werd een ludieke sketch opgevoerd waarin een boze vader een schoolmedewerker afbekt. Blijkbaar was een dergelijke scene relevant voor de boodschap van Gedragswerk die middag.

Hoewel ze faalden in hun opdracht bestaat Gedragswerk nog steeds. Vorig voorjaar mocht ik een van de auteurs van het boek en directeur van de club opnieuw aan het werk zien bij de aftrap van de Landelijke actieweek Thuiszitters. Zoiets hebben we tegenwoordig in Nederland. De aftrap vond plaats op het ministerie van OCW in Den Haag.

De middag was dit keer georganiseerd door jongeren die zelf met schooluitval en thuiszitten te kampen hebben gehad. Een jongeman werd voor de gelegenheid geïnterviewd door directeur Gedragswerk. Het betrof een voorbeeld-jongeman. Hij had jaren thuis gezeten en was er op eigen kracht in geslaagd toch zijn diploma te halen.

Nadat dit allemaal verteld was, vroeg directeur Gedragswerk out of the blue aan de jongeman: 'En vertel nou eens, waarom ging het niet op school? Je moeder was lastig. Toch?'
De jongeman werd zichtbaar verrast door de vraag en wist niet goed wat te antwoorden. Zijn moeder had enorm veel gesprekken moeten voeren op school, vertelde hij aarzelend. Maar dat was niet waar de directeur van Gedragswerk heen wilde. Er moest aangetoond worden dat het pas lukte om een diploma te halen, toen moeder zich er niet meer mee bemoeide.

Ik heb zelf moeten ondervinden op welke manier Gedragswerk conflictsituaties aanvliegt. Toen Acato door de Gemeente Rotterdam de deur gewezen werd, belde Gedragswerk mij op. Of ze mij ergens mee konden helpen. Ik was aangenaam verrast en gaf de medewerker toestemming om rond te bellen met de betrokken partijen. Ik ontving hierna nog één keer telefoon van deze man. Hij zei dat hij na wat rondbellen tot de conclusie gekomen was dat er sprake was van een verstoorde relatie en ik moest gewoon alles, Acato, alle medewerkers, al mijn werk, mijn hele organisatie, overdragen aan het openbaar onderwijs en de zorginstelling. Dan kon het nog goed komen.

Het beleid van de minister is er al sinds jaar en dag op gericht om kinderen te repareren en in de maat te laten lopen. Dat was zo toen mijn kinderen klein waren en dat is nog steeds zo. Als de minister op werkbezoek gaat is dat aan de hand van de club die dit beleid ondersteunt. De club die zegt: 'Heus, we hebben alles goed gedaan, er zijn voldoende voorzieningen, maar de ouders liggen dwars. Die liggen nou eenmaal altijd dwars.'

Dat heeft Gedragswerk namelijk zelf ook moeten ondervinden. Gedragswerk heeft volgens Gedragswerk moeten falen omdat die ouders zo vervelend waren.

Vandaar dat de overheid denkt dat het met zorg op school op te lossen is. Je hoeft namelijk alleen maar ouders en kinderen zorgzaam uit te leggen dat ze moeten ophouden met zeuren. Verder is er niets aan de hand.

Wat ik niet begrijp is dat als het na jaren van kostbare inzet, niet gelukt is met een bepaalde aanpak dat dan de overheid toch door blijft gaan om juist die mensen die betrokken waren bij het falende beleid, in te zetten om de stinkende wond op te lappen.

dinsdag 9 juni 2020

Er is iemand die het voor onze kinderen opneemt. Deel 2

Meer dan een jaar geleden werd Stichting Bloemfleur gedwongen door de gemeente Rotterdam te stoppen met het onderwijs/zorg-initiatief voor kinderen die op geen enkele andere school welkom waren. De ouders waren ontzet. Al jaren zaten hun kinderen thuis. Dankzij Corona weet iedereen inmiddels, hoe erg het is om niet naar school te kunnen! Hoe kon de gemeente nou zo bot een einde maken aan een initiatief dat in korte tijd al zoveel soelaas had gebracht?

De ouders deden destijds een beroep op het democratische instrument dat bedoeld is om burgers die zich benadeeld voelen door hun overheid, bij te staan: De ombudsman. Dat was op 4 april 2019.

Inmiddels is er een zorgvuldig rapport in concept verschenen met voorlopige conclusies van de ombudsman. 
De betrokken partijen mogen nog één keer reageren op de inhoud.

Ik heb er zelf niets aan toe te voegen.

Laten we hopen voor de kinderen en hun ouders dat de andere betrokkenen hun verantwoordelijkheden voelen en dat het definitieve rapport spoedig openbaar gemaakt zal worden.


'Wat is het kenmerk van een gezonde relatie tussen burger en overheid?'

Dat vraagt de verslaggever in het NRC van afgelopen zaterdag aan onze jubilerende gemeentelijke ombudsman. Hoewel ik heel trots ben op onze ombudsman en ook heel blij ben met het zorgvuldige rapport dat afgelopen week van haar hand verscheen over de Acato kwestie, verbaasde ik mij toch over een kleine passage in dit artikel:

'Mijn advies voor de burger zou zijn: ga ervan uit dat de ander het goed bedoelde, maar dat er jammer genoeg iets mis is gegaan. Ik ben nog nooit een ambtenaar tegengekomen die van plan was iets lelijks, onaardigs, onprettigs of onfatsoenlijks te doen. Nog nooit. Als er iets misgaat is dat ondanks de goede wil. Geef ze ook de kans te herstellen wat er misging.'

En toen moest ik even slikken. Toegegeven; ik heb de afgelopen jaren hele aardige ambtenaren ontmoet. De meeste mensen die op het gemeentehuis van Rotterdam werken deugen. Dat is natuurlijk zo. Toch zijn er afgelopen jaar heel wat dingen gebeurd waarvan ik mij niet kan voorstellen dat ze niet de bedoeling waren.

Om te beginnen werden we uit ons eigen project gezet. Onze meubels en de dure brandvrije vloer werden zonder pardon in bezit genomen door de Rotterdamse overheid.
Deze overheid heeft een paar weken geleden laten weten, die niet te zullen vergoeden.

In de maanden nadat we uit het project aan het Goudseplein gezet waren, kregen we van wijkteams te horen dat we een stip achter onze naam hebben en op de zwarte lijst staan bij de gemeente. Wat dat voor zwarte lijst is en waar die bewaard wordt kon of wilde niemand mij vertellen. Maar Acato voor jongeren van 18 jaar en ouder op de Goudse Rijweg, ons andere project dus, hoefde niet op medewerking te rekenen.

Van zorginstellingen kregen we te horen dat ze geen samenwerking met ons aan wilden gaan want: 'We hebben een goede verstandhouding met de gemeente en dat willen we graag zo houden.'

Eén dappere zorginstelling ging wel een samenwerking met ons aan maar schrok zo van de dreigementen van de gemeente, dat we nog steeds wachten op de verzilvering van alle PGB's op één na.

We wilden graag de ruimte huren die grenst aan het gedeelte in het gebouw dat we al huren. De gemeente weigerde ons echter deze ruimte te verhuren.
Wij wilden graag de jongeren opvangen die niet terecht konden in de leerrechtpilot van de gemeente en hadden dus echt extra ruimte nodig.
Dus hebben we het maar gekraakt. Ik zou niet weten hoe we anders voor deze mensen hadden moeten zorgen.

De gemeente heeft ons laten weten dat we volgend jaar uit het gebouw aan de Goudse Rijweg moeten want het zal worden afgestoten. Als wij het willen kopen moeten we in de rij gaan staan bij de projectontwikkelaars.
Een ander onderkomen voor onze inmiddels 24 jongeren moeten we zelf gaan zoeken.

Ik doe ontzettend mijn best om te geloven dat er jammer genoeg iets mis is gegaan. En ik geef de gemeente heel graag de kans te herstellen wat er misging.
We hebben het bij Acato namelijk heel erg zwaar. We worden heel onvriendelijk behandeld, als een stel misdadigers eigenlijk en ik geloof niet dat we dat verdienen.

Er ligt nu een rapport van de ombudsman. Ik hoop van ganser harte dat onze overheid de urgentie begrijpt voor Acato. Pas als de overheid en Pameijer en Mee en BOOR en Koers-VO en de ouders hebben gereageerd op dit rapport wordt het openbaar gemaakt en zal het heel misschien iets gaan betekenen voor Acato en de relatie met onze overheid. Dan hopen we natuurlijk dat die relatie weer gezond wordt. Dat zou mooi zijn.

In april 2019 pakte de gemeente Rotterdam ons schooltje voor thuiszittende-leerlingen-in-de- leerplichtige-leeftijd af. De gemeente beloofde plechtig er een leerrechtpilot van te maken in de geest van Acato (!) De rode loper lag uit voor alle kinderen. De gemeenteraad beloofde een vinger aan de pols te zullen houden. De gemeenteraad zou de verantwoordelijke wethouder controleren.

Afgelopen jaar echter, sinds Acato uit het project werd gezet, dwaalden er slechts negen leerlingen door de lege lokalen. De zogenaamde leerrechtpilot is nooit van de grond gekomen. Het pand, met een oppervlak van bijna 800m2 kost de Rotterdamse gemeenschap zo'n 80.000 euro per jaar. Ondertussen stijgt het aantal thuiszitters en artikel 5a kinderen in Rotterdam alleen maar.

De ouders deden destijds een beroep op het democratische instrument dat bedoeld is om burgers die zich benadeeld voelen door hun overheid, bij te staan: De ombudsman. Dat was op 4 april 2019.

Inmiddels is er een zorgvuldig rapport in concept verschenen met voorlopige conclusies van de ombudsman. 
De betrokken partijen mogen nog één keer reageren op de inhoud.

Ik heb er zelf niets aan toe te voegen.


Laten we hopen voor de kinderen en hun ouders dat de andere betrokkenen hun verantwoordelijkheden voelen en dat het definitieve rapport spoedig openbaar gemaakt zal worden.