Als het over onderwijs voor onze kinderen gaat willen wij dan als ouders te veel? Ik heb jaren lang gestreden om mijn kinderen binnen de muren van een school te houden. Ik heb mij er altijd over verbaasd dat dit zo ging, maar ik geloof niet dat ik te veeleisend was.

zaterdag 16 mei 2020

Zou er ooit iemand komen die het voor onze kinderen opneemt? Deel 1

Meer dan een jaar geleden werd Stichting Bloemfleur gedwongen door de gemeente Rotterdam te stoppen met het onderwijs/zorg-initiatief voor kinderen die op geen enkele andere school welkom waren. De ouders waren ontzet. Al jaren zaten hun kinderen thuis. Dankzij Corona weet iedereen inmiddels, hoe erg het is om niet naar school te kunnen! Hoe kon de gemeente nou zo bot een einde maken aan een initiatief dat in korte tijd al zoveel soelaas had gebracht?

De ouders deden destijds een beroep op het democratische instrument dat bedoeld is om burgers die zich benadeeld voelen door hun overheid, bij te staan: De OMBUDSMAN. Dat was op 4 april 2019.
Al dertien maanden en dertien dagen wachten deze ouders vergeefs op antwoord.

Het begin

Trouwe lezers van deze blog weten dat ik zes jaar geleden een schooltje ben begonnen voor mijn 18 jarige, niet meer leerplichtige dochter: Dit schooltje dat in de woorden van de overheid een dagbesteding genoemd wordt, heet Acato. De reden waarom ik dit deed heb ik al vaak beschreven: Er was niks... ik moest wel. Ik hou het hier kort en bondig.

Toen ik eenmaal had bedacht hoe we het gingen doen was de bedrijfsvoering van Acato eigenlijk heel eenvoudig. Vier dagen informele dagbesteding werd door de gemeente bekostigd met een PGB van  236 euro per week. Ik had vrij snel een clubje aardige mensen om me heen die wilden helpen en samen hadden we bedacht dat leerkrachten met ervaring 50 euro per uur moesten krijgen op zzp-basis.
Ik besloot om net als de scholen vakantieperioden in te lassen. Omdat het PGB het hele jaar werd uitgekeerd kon ik dus gedurende de weken dat we les gaven iets meer doen.
52 weken x 236 euro = 12.272 euro per jaar.
Dat gedeeld door de effectieve schoolweken, ongeveer tweeënveertig, geeft een weekbedrag van
292,- euro.
De huur van het anti-kraak pand betaalde ik zelf. Dus mijn dochter kon ongeveer zes uur privé-les krijgen. Dat verdeelden we over drie dagen. Vrijwilliger erbij en ze zat na een poosje drie hele ochtenden op het schooltje.

Na verloop van tijd kregen we meer (18plus) leerlingen en al gauw gaven we 24 uur per week dagbesteding. De huur betaalden we ook van de inkomsten. En dan was het ook schoon op.

Met Robert kwam de eerste krak in het systeem. Robert zat al een jaar bij Acato toen zijn PGB opnieuw moest worden geïndiceerd. De dame van de gemeente bepaalde ineens dat de toekenning 197,50 euro per week bedroeg. Hee? Hoe kan dat nou? "Maar Robert zit al een jaar bij ons. Iedereen is er tevreden over. Waarom krijgt Robert niet gewoon het bedrag dat hij voorheen kreeg?"
"De bedragen zijn veranderd. Ik kan er niet meer van maken", verklaarde de ambtenaar.

Dit was ingewikkeld. Ineens had ik dus leerlingen die hetzelfde product kregen maar daar verschillende bedragen voor betaalden.
Nog gekker werd het toen ik een nieuwe leerling kreeg uit een plaats buiten Rotterdam. De moeder zei: "Oh, onze gemeente geeft veel meer voor dagbesteding. Je mag rustig een hoger bedrag op het contract zetten hoor." Ik geloof dat het rond de 300 euro per week was. Dit vond ik helemaal raar. Ik ga toch niet meer vragen voor hetzelfde product? Maar aan de andere kant kreeg ik voor een andere leerlingen ineens minder.

Stel je voor dat de bakker verschillende prijzen voor zijn brood zou rekenen. "Dag mijnheer. Wat is uw beroep als ik vragen mag? Ah advocaat. Een beetje goeie? Wat is uw uurtarief? Ah ja, dank u wel. Ik zoek even op wat u dan voor uw brood moet betalen."
Dat zou best een grappige oplossing zijn voor het sociale vraagstuk. De bakker gaat meer verdienen als hij meer rijke klanten heeft. Ons hele economische bestel gaat dan wel op de schop natuurlijk. Dat is namelijk gebaseerd op de waarde van de producten en niet op de waarde van de klant.

In ons geval zouden we dus meer rekenen voor hetzelfde product voor jongeren uit 'rijkere' gemeenten, of gemeenten die hogere indicaties afgeven. Het stuitte mij tegen de borst.

Het was pas het begin. De gemeente Rotterdam had meer veranderingen in petto, die het reddingsbootje voor deze jongeren in moeilijker vaarwater brachten.
Wordt vervolgd...

In april 2019 pakte de gemeente Rotterdam ons schooltje voor thuiszittende-leerlingen-in-de- leerplichtige-leeftijd af. De gemeente beloofde plechtig er een leerrechtpilot van te maken in de geest van Acato (!) De rode loper lag uit voor alle kinderen. De gemeenteraad beloofde een vinger aan de pols te zullen houden. De gemeenteraad zou de verantwoordelijke wethouder controleren.

Afgelopen jaar echter, sinds Acato uit het project werd gezet, dwaalden er slechts negen leerlingen door de lege lokalen. De zogenaamde leerrechtpilot is nooit van de grond gekomen. Het pand, met een oppervlak van bijna 800m2 kost de Rotterdamse gemeenschap zo'n 80.000 euro per jaar. Ondertussen stijgt het aantal thuiszitters en artikel 5a kinderen in Rotterdam alleen maar.

De ouders deden destijds een beroep op het democratische instrument dat bedoeld is om burgers die zich benadeeld voelen door hun overheid, bij te staan: De OMBUDSMAN. Dat was op 4 april 2019.
Al dertien maanden en dertien dagen wachten deze ouders vergeefs op antwoord.

Zou er ooit iemand komen die het voor onze kinderen opneemt?



Geen opmerkingen:

Een reactie posten