Meer dan een jaar geleden werd Stichting Bloemfleur gedwongen door de gemeente Rotterdam te stoppen met het onderwijs/zorg-initiatief voor kinderen die op geen enkele andere school welkom waren. De ouders waren ontzet. Al jaren zaten hun kinderen thuis. Dankzij Corona weet iedereen inmiddels, hoe erg het is om niet naar school te kunnen! Hoe kon de gemeente nou zo bot een einde maken aan een initiatief dat in korte tijd al zoveel soelaas had gebracht?
De ouders deden destijds een beroep op het democratische instrument dat bedoeld is om burgers die zich benadeeld voelen door hun overheid, bij te staan: De OMBUDSMAN. Dat was op 4 april 2019.
Al dertien maanden en dertien dagen wachten deze ouders vergeefs op antwoord.
Het begin
Trouwe lezers van deze blog weten dat ik zes jaar geleden een schooltje ben begonnen voor mijn 18 jarige, niet meer leerplichtige dochter: Dit schooltje dat in de woorden van de overheid een dagbesteding genoemd wordt, heet Acato. De reden waarom ik dit deed heb ik al vaak beschreven: Er was niks... ik moest wel. Ik hou het hier kort en bondig.
Toen ik eenmaal had bedacht hoe we het gingen doen was de bedrijfsvoering van Acato eigenlijk heel eenvoudig. Vier dagen informele dagbesteding werd door de gemeente bekostigd met een PGB van 236 euro per week. Ik had vrij snel een clubje aardige mensen om me heen die wilden helpen en samen hadden we bedacht dat leerkrachten met ervaring 50 euro per uur moesten krijgen op zzp-basis.
Ik besloot om net als de scholen vakantieperioden in te lassen. Omdat het PGB het hele jaar werd uitgekeerd kon ik dus gedurende de weken dat we les gaven iets meer doen.
52 weken x 236 euro = 12.272 euro per jaar.
Dat gedeeld door de effectieve schoolweken, ongeveer tweeënveertig, geeft een weekbedrag van
292,- euro.
De huur van het anti-kraak pand betaalde ik zelf. Dus mijn dochter kon ongeveer zes uur privé-les krijgen. Dat verdeelden we over drie dagen. Vrijwilliger erbij en ze zat na een poosje drie hele ochtenden op het schooltje.
Na verloop van tijd kregen we meer (18plus) leerlingen en al gauw gaven we 24 uur per week dagbesteding. De huur betaalden we ook van de inkomsten. En dan was het ook schoon op.
Met Robert kwam de eerste krak in het systeem. Robert zat al een jaar bij Acato toen zijn PGB opnieuw moest worden geïndiceerd. De dame van de gemeente bepaalde ineens dat de toekenning 197,50 euro per week bedroeg. Hee? Hoe kan dat nou? "Maar Robert zit al een jaar bij ons. Iedereen is er tevreden over. Waarom krijgt Robert niet gewoon het bedrag dat hij voorheen kreeg?"
"De bedragen zijn veranderd. Ik kan er niet meer van maken", verklaarde de ambtenaar.
Dit was ingewikkeld. Ineens had ik dus leerlingen die hetzelfde product kregen maar daar verschillende bedragen voor betaalden.
Nog gekker werd het toen ik een nieuwe leerling kreeg uit een plaats buiten Rotterdam. De moeder zei: "Oh, onze gemeente geeft veel meer voor dagbesteding. Je mag rustig een hoger bedrag op het contract zetten hoor." Ik geloof dat het rond de 300 euro per week was. Dit vond ik helemaal raar. Ik ga toch niet meer vragen voor hetzelfde product? Maar aan de andere kant kreeg ik voor een andere leerlingen ineens minder.
Stel je voor dat de bakker verschillende prijzen voor zijn brood zou rekenen. "Dag mijnheer. Wat is uw beroep als ik vragen mag? Ah advocaat. Een beetje goeie? Wat is uw uurtarief? Ah ja, dank u wel. Ik zoek even op wat u dan voor uw brood moet betalen."
Dat zou best een grappige oplossing zijn voor het sociale vraagstuk. De bakker gaat meer verdienen als hij meer rijke klanten heeft. Ons hele economische bestel gaat dan wel op de schop natuurlijk. Dat is namelijk gebaseerd op de waarde van de producten en niet op de waarde van de klant.
In ons geval zouden we dus meer rekenen voor hetzelfde product voor jongeren uit 'rijkere' gemeenten, of gemeenten die hogere indicaties afgeven. Het stuitte mij tegen de borst.
Het was pas het begin. De gemeente Rotterdam had meer veranderingen in petto, die het reddingsbootje voor deze jongeren in moeilijker vaarwater brachten.
Wordt vervolgd...
In april 2019 pakte de gemeente Rotterdam ons schooltje voor thuiszittende-leerlingen-in-de- leerplichtige-leeftijd af. De gemeente beloofde plechtig er een leerrechtpilot van te maken in de geest van Acato (!) De rode loper lag uit voor alle kinderen. De gemeenteraad beloofde een vinger aan de pols te zullen houden. De gemeenteraad zou de verantwoordelijke wethouder controleren.
Afgelopen jaar echter, sinds Acato uit het project werd gezet, dwaalden er slechts negen leerlingen door de lege lokalen. De zogenaamde leerrechtpilot is nooit van de grond gekomen. Het pand, met een oppervlak van bijna 800m2 kost de Rotterdamse gemeenschap zo'n 80.000 euro per jaar. Ondertussen stijgt het aantal thuiszitters en artikel 5a kinderen in Rotterdam alleen maar.
De ouders deden destijds een beroep op het democratische instrument dat bedoeld is om burgers die zich benadeeld voelen door hun overheid, bij te staan: De OMBUDSMAN. Dat was op 4 april 2019.
Al dertien maanden en dertien dagen wachten deze ouders vergeefs op antwoord.
Zou er ooit iemand komen die het voor onze kinderen opneemt?
Als het over onderwijs voor onze kinderen gaat willen wij dan als ouders te veel? Ik heb jaren lang gestreden om mijn kinderen binnen de muren van een school te houden. Ik heb mij er altijd over verbaasd dat dit zo ging, maar ik geloof niet dat ik te veeleisend was.
Pagina 2
zaterdag 16 mei 2020
zaterdag 4 april 2020
Wereld-autismedag en een prijs!
Op donderdag 2 april was het wereldautismedag en het was de dag dat ik de autisme vriendelijkheidsprijs ‘Leraar’ 2020 toegekend heb gekregen van de Nederlandse Vereniging voor Autisme, de NVA. Ik wil de mensen die mij deze prijs gunnen heel hartelijk danken.
De prijs heb ik opgedragen aan de medewerkers van Acato.
Acato heeft nu meer dan 20 leerlingen. De meeste van onze jongeren hebben hun school vroegtijdig moeten verlaten. Bij Acato wordt weer geleerd, er worden vriendschappen gesloten en er wordt ook veel plezier gemaakt. Het is dankzij de medewerkers en dankzij deze jongeren een vrolijke plek om te zijn.
We zijn met het schooltje door diepe dalen gegaan, veroorzaakt door geldgebrek en onlogische regelgeving, maar de leraren van het eerste uur zijn er nog steeds. Er hebben zich ondanks alle tegenslag zelfs veel nieuwe mensen gemeld om een helpende hand te bieden. Dankzij deze bevlogen medewerkers bestaat Acato!
Daarom draag ik deze mooie prijs graag aan hen op.
donderdag 2 april 2020
Twee dingen die ik heel graag wil onthouden van de Corona tijd... en ik hoop... ik hoop ...
Wat ik heel graag wil onthouden van deze Corona-tijd ...
zijn de lieve snoetjes op tv. Schattige kleine meisjes van acht, negen jaar oud die vertellen over het thuiszitten. Ze missen school. Ze missen natuurlijk het leren. Maar meer nog missen ze hun vriendinnetjes. Het plezier in de klas. Ze zitten graag op school omdat ze dan plezier maken en avonturen beleven. Ze kletsen natuurlijk stiekem in de klas als de juf even niet oplet. En in de pauze spelen ze met elkaar op het schoolplein. Als de schooldag voorbij is, is er ook nog vaak tijd om met elkaar te spelen op het plein omdat de ouders nog even staan te kletsen. En vaak gaat een vriendinnetje mee naar huis.
Dat mag en kan nu allemaal niet meer. Dat begrijpt iedereen. We kunnen het ons allemaal zo goed voorstellen dat het nodig is, maar we begrijpen vooral zo goed wat de kinderen vertellen. En we leven mee. Ook de leerkrachten beamen dat het online lesgeven weliswaar een mooie tijdelijke oplossing is, maar dat kinderen toch echt vooral naar school komen voor al het andere. Het gezellige gedoe op school. Daar gaat het vooral om. Dat is onmisbaar voor de ontwikkeling van ieder kind.
Straks als al deze kinderen weer terug naar school mogen, blijft een gedeelte thuis. Dezelfde kinderen die voordat het Corona-virus uitbrak niet naar school gingen, zullen ook, als we allemaal genezen zijn van het virus, thuis bijven.
En ik hoop ... ik hoop, dat we niet vergeten hoe het was. Dat we niet vergeten hoe het voelde. Dat we niet vergeten wat we zeiden ... over thuiszitten ... hoe erg dat is ...
En wat ik ook heel graag wil onthouden is hoe makkelijk het was, tijdens deze corona-crisis, om de regels los te laten. Voor onze kinderen. Hoe makkelijk het was om geld uit te delen omdat mensen het moeilijk hadden.
De wereld stopte niet met draaien omdat kinderen zonder een centraal schriftelijk examen toch een einddiploma kregen.
Er ontplofte niet ineens iets toen er besloten werd dat de eerstejaarsstudenten van het HBO, met of zonder voldoende punten, allemaal door mochten naar het tweede jaar.
Ik hoop zo dat we deze tijd niet vergeten ... voor de kinderen die straks weer thuis zitten ... die altijd ondergeschikt waren aan de regels ... die opgeofferd werden aan de regels...
Laten we met z'n allen deze tijd niet vergeten. Deze tijd die weliswaar zwaar is, maar ook een tijd is waarin alles kan. Voor de mensen. Omdat mensen belangrijker zijn dan geld. Belangrijker dan regels.
En ik hoop ... ik hoop ...
Voor onze kinderen ...
zijn de lieve snoetjes op tv. Schattige kleine meisjes van acht, negen jaar oud die vertellen over het thuiszitten. Ze missen school. Ze missen natuurlijk het leren. Maar meer nog missen ze hun vriendinnetjes. Het plezier in de klas. Ze zitten graag op school omdat ze dan plezier maken en avonturen beleven. Ze kletsen natuurlijk stiekem in de klas als de juf even niet oplet. En in de pauze spelen ze met elkaar op het schoolplein. Als de schooldag voorbij is, is er ook nog vaak tijd om met elkaar te spelen op het plein omdat de ouders nog even staan te kletsen. En vaak gaat een vriendinnetje mee naar huis.
Dat mag en kan nu allemaal niet meer. Dat begrijpt iedereen. We kunnen het ons allemaal zo goed voorstellen dat het nodig is, maar we begrijpen vooral zo goed wat de kinderen vertellen. En we leven mee. Ook de leerkrachten beamen dat het online lesgeven weliswaar een mooie tijdelijke oplossing is, maar dat kinderen toch echt vooral naar school komen voor al het andere. Het gezellige gedoe op school. Daar gaat het vooral om. Dat is onmisbaar voor de ontwikkeling van ieder kind.
Straks als al deze kinderen weer terug naar school mogen, blijft een gedeelte thuis. Dezelfde kinderen die voordat het Corona-virus uitbrak niet naar school gingen, zullen ook, als we allemaal genezen zijn van het virus, thuis bijven.
En ik hoop ... ik hoop, dat we niet vergeten hoe het was. Dat we niet vergeten hoe het voelde. Dat we niet vergeten wat we zeiden ... over thuiszitten ... hoe erg dat is ...
En wat ik ook heel graag wil onthouden is hoe makkelijk het was, tijdens deze corona-crisis, om de regels los te laten. Voor onze kinderen. Hoe makkelijk het was om geld uit te delen omdat mensen het moeilijk hadden.
De wereld stopte niet met draaien omdat kinderen zonder een centraal schriftelijk examen toch een einddiploma kregen.
Er ontplofte niet ineens iets toen er besloten werd dat de eerstejaarsstudenten van het HBO, met of zonder voldoende punten, allemaal door mochten naar het tweede jaar.
Ik hoop zo dat we deze tijd niet vergeten ... voor de kinderen die straks weer thuis zitten ... die altijd ondergeschikt waren aan de regels ... die opgeofferd werden aan de regels...
Laten we met z'n allen deze tijd niet vergeten. Deze tijd die weliswaar zwaar is, maar ook een tijd is waarin alles kan. Voor de mensen. Omdat mensen belangrijker zijn dan geld. Belangrijker dan regels.
En ik hoop ... ik hoop ...
Voor onze kinderen ...
zondag 2 februari 2020
De geldverslindende industrie die Onderwijs heet
Onze ministers hebben een daadkrachtig bericht aan de Tweede Kamer geschreven. Het aantal thuiszitters stijgt alleen maar, na vijf jaar passend onderwijs. Maar de komende zes maanden moet daar even gauw verandering in komen. De eindsprint noemen de ministers het.
Wat kunnen de ministers anders dan weer een hele reeks beloftes doen? We gaan het zus doen en zo. En dan gaat het straks heus beter.
De ministers begrijpen echter niet hoe het kan dat er meer thuiszittende kinderen terug naar school worden geleid maar het aantal thuiszitters toch stijgt. Toch is de verklaring heel simpel.
Maar die verklaring is ook, hoewel simpel, toch een lang verhaal dat met de jaren is gegroeid. Laat ik bij het begin beginnen.
Kijk: de overheid richtte speciaal onderwijs in voor kinderen die speciaal onderwijs nodig hadden. We zijn nou eenmaal niet allemaal hetzelfde. Sommige kinderen groeien een beetje anders. Sommige kinderen groeien heel erg anders.
Het speciaal onderwijs kreeg vervolgens zoveel voorwaarden opgelegd voor wat betreft het tempo en de eindresultaten dat er na verloop van tijd alleen kinderen terecht konden die daaraan konden voldoen. Daardoor verschoof de doelgroep. Kinderen die echt speciaal onderwijs nodig hadden, konden ook niet meer aan de voorwaarden voor het speciaal onderwijs voldoen en vielen dus daar ook uit. Op reguliere scholen werd door de toenemende controlehonger van de overheid de werkdruk intussen steeds groter. Kinderen die vroeger met wat extra aandacht het regulier onderwijs konden volgen werden verwezen naar het speciaal onderwijs. Het speciaal onderwijs groeide en ging alleen kinderen toelaten die een bijdrage zouden leveren aan hun resultaten. De kinderen die een bedreiging vormde voor het eindresultaat kieperde er aan de andere kant uit. Het aantal thuiszitters nam toe.
De overheid greep in. We kregen de wet op de expertisecentra, de rugzakjeswet. Deze wet had als primair doel het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs terug te dringen.
Leerlingen die een verwijzing hadden voor het speciaal onderwijs konden nu met wat extra geld -de rugzak- voor begeleiding in het regulier onderwijs terecht. Dat was heel fijn voor scholen, dat extra geld. Er werden echter geen concessies gedaan aan de eisen die de overheid stelde aan -de eindresultaten van- het onderwijs. Kinderen die vroeger met wat extra aandacht gewoon in het regulier onderwijs terecht konden kregen nu ineens dankzij de uitstekende administratie van de scholen een rugzak vol extra geld mee naar school. Het kostte de belastingbetaler miljoenen. De kinderen die niet aan de voorwaarden van het onderwijs konden voldoen, werden echter nog steeds naar het speciaal onderwijs verwezen. Kinderen die niet aan de voorwaarden van het speciaal onderwijs konden voldoen vielen ook daar nog steeds uit. Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs groeide nog steeds. Het aantal thuiszitters ook. Het kostte allemaal alleen nu nog veel meer.
De rugzakjeswet bracht dus niet de oplossing. Toen kwam de Wet passend onderwijs. Het geld dat beschikbaar was voor de rugzakjes bleef in totale omvang beschikbaar voor passend onderwijs. Het werd echter nu in z'n geheel op de bankrekening gestort van de nieuw in te richten samenwerkingsverbanden van schoolbesturen. Nu was het helemaal feest. Kon je met de rugzakjeswet als assertieve moeder nog eisen stellen aan het soort begeleiding dat je kind nodig had, met de nieuwe wet was dat echt voorbij. De eisen aan de eindresultaten werden nog een stukje zwaarder. Denk erom scholen! Wel je best doen hoor! Maar dan heb je het als school wel helemaal voor het zeggen.
De werkdruk werd een beetje meer, de klassen groter, het lerarentekort nijpend en de scholen rijker.
Aangezien de eisen aan de eindresultaten hetzelfde zo niet zwaarder werden vielen dezelfde kinderen nog steeds uit. De kinderen die het voorheen net wel redden, redden het nu ook niet meer. Het speciaal onderwijs moest nu echt een soort einddiploma's gaan afleveren. En wie wil er nu niet excellent genoemd worden? Weg met de risico leerlingen werd het motto.
Hoe zit het nu met die mededeling van de minister? Er worden meer kinderen terug geleid naar school dankzij passend onderwijs maar het aantal thuiszitters stijgt. Hoe kan dat?
Dat komt omdat er voor de groep kinderen waar het allemaal om zou moeten draaien, de kinderen die niet in het onderwijssysteem passen, al die jaren niets is veranderd. Onze overheid manoeuvreert met al die maatregelen, zonder zich dat misschien zelf te realiseren alleen maar binnen de groep leerlingen die eigenlijk gewoon naar school kan. De groeiende groep thuiszitters zijn de aanleiding voor het ongenoegen maar de maatregelen raken alleen aan de groep kinderen waar niet echt wat mee is. De kinderen die nu worden terug geleid naar school is die groep die het voorheen net wel redde en toen net niet meer en nu dankzij weer een bak geld, net wel.
De scholen slokken het geld op over de rug van de kinderen die er op deze manier nooit bij zullen horen. Aan hen wordt geen tijd en geen geld verspild. En de overheid blijft maar betalen. Zonder te weten waaraan in vredesnaam.
Aan de geldverslindende industrie die onderwijs heet.
Wat kunnen de ministers anders dan weer een hele reeks beloftes doen? We gaan het zus doen en zo. En dan gaat het straks heus beter.
De ministers begrijpen echter niet hoe het kan dat er meer thuiszittende kinderen terug naar school worden geleid maar het aantal thuiszitters toch stijgt. Toch is de verklaring heel simpel.
Maar die verklaring is ook, hoewel simpel, toch een lang verhaal dat met de jaren is gegroeid. Laat ik bij het begin beginnen.
Kijk: de overheid richtte speciaal onderwijs in voor kinderen die speciaal onderwijs nodig hadden. We zijn nou eenmaal niet allemaal hetzelfde. Sommige kinderen groeien een beetje anders. Sommige kinderen groeien heel erg anders.
Het speciaal onderwijs kreeg vervolgens zoveel voorwaarden opgelegd voor wat betreft het tempo en de eindresultaten dat er na verloop van tijd alleen kinderen terecht konden die daaraan konden voldoen. Daardoor verschoof de doelgroep. Kinderen die echt speciaal onderwijs nodig hadden, konden ook niet meer aan de voorwaarden voor het speciaal onderwijs voldoen en vielen dus daar ook uit. Op reguliere scholen werd door de toenemende controlehonger van de overheid de werkdruk intussen steeds groter. Kinderen die vroeger met wat extra aandacht het regulier onderwijs konden volgen werden verwezen naar het speciaal onderwijs. Het speciaal onderwijs groeide en ging alleen kinderen toelaten die een bijdrage zouden leveren aan hun resultaten. De kinderen die een bedreiging vormde voor het eindresultaat kieperde er aan de andere kant uit. Het aantal thuiszitters nam toe.
De overheid greep in. We kregen de wet op de expertisecentra, de rugzakjeswet. Deze wet had als primair doel het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs terug te dringen.
Leerlingen die een verwijzing hadden voor het speciaal onderwijs konden nu met wat extra geld -de rugzak- voor begeleiding in het regulier onderwijs terecht. Dat was heel fijn voor scholen, dat extra geld. Er werden echter geen concessies gedaan aan de eisen die de overheid stelde aan -de eindresultaten van- het onderwijs. Kinderen die vroeger met wat extra aandacht gewoon in het regulier onderwijs terecht konden kregen nu ineens dankzij de uitstekende administratie van de scholen een rugzak vol extra geld mee naar school. Het kostte de belastingbetaler miljoenen. De kinderen die niet aan de voorwaarden van het onderwijs konden voldoen, werden echter nog steeds naar het speciaal onderwijs verwezen. Kinderen die niet aan de voorwaarden van het speciaal onderwijs konden voldoen vielen ook daar nog steeds uit. Het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs groeide nog steeds. Het aantal thuiszitters ook. Het kostte allemaal alleen nu nog veel meer.
De rugzakjeswet bracht dus niet de oplossing. Toen kwam de Wet passend onderwijs. Het geld dat beschikbaar was voor de rugzakjes bleef in totale omvang beschikbaar voor passend onderwijs. Het werd echter nu in z'n geheel op de bankrekening gestort van de nieuw in te richten samenwerkingsverbanden van schoolbesturen. Nu was het helemaal feest. Kon je met de rugzakjeswet als assertieve moeder nog eisen stellen aan het soort begeleiding dat je kind nodig had, met de nieuwe wet was dat echt voorbij. De eisen aan de eindresultaten werden nog een stukje zwaarder. Denk erom scholen! Wel je best doen hoor! Maar dan heb je het als school wel helemaal voor het zeggen.
De werkdruk werd een beetje meer, de klassen groter, het lerarentekort nijpend en de scholen rijker.
Aangezien de eisen aan de eindresultaten hetzelfde zo niet zwaarder werden vielen dezelfde kinderen nog steeds uit. De kinderen die het voorheen net wel redden, redden het nu ook niet meer. Het speciaal onderwijs moest nu echt een soort einddiploma's gaan afleveren. En wie wil er nu niet excellent genoemd worden? Weg met de risico leerlingen werd het motto.
Hoe zit het nu met die mededeling van de minister? Er worden meer kinderen terug geleid naar school dankzij passend onderwijs maar het aantal thuiszitters stijgt. Hoe kan dat?
Dat komt omdat er voor de groep kinderen waar het allemaal om zou moeten draaien, de kinderen die niet in het onderwijssysteem passen, al die jaren niets is veranderd. Onze overheid manoeuvreert met al die maatregelen, zonder zich dat misschien zelf te realiseren alleen maar binnen de groep leerlingen die eigenlijk gewoon naar school kan. De groeiende groep thuiszitters zijn de aanleiding voor het ongenoegen maar de maatregelen raken alleen aan de groep kinderen waar niet echt wat mee is. De kinderen die nu worden terug geleid naar school is die groep die het voorheen net wel redde en toen net niet meer en nu dankzij weer een bak geld, net wel.
De scholen slokken het geld op over de rug van de kinderen die er op deze manier nooit bij zullen horen. Aan hen wordt geen tijd en geen geld verspild. En de overheid blijft maar betalen. Zonder te weten waaraan in vredesnaam.
Aan de geldverslindende industrie die onderwijs heet.
zondag 26 januari 2020
Het gebroken hart syndroom
Vorige week maandag, 20 januari, zat ik als boze ouder met een hele club andere boze ouders in de gele schoolbus om meer dan 700 verhalen van ouders af te leveren bij de onderwijsinspectie in Utrecht.
Mijn kinderen zijn weliswaar volwassen maar mijn strijd blijft dezelfde. Het schooltje Acato heeft enkel slachtoffers van het systeem als haar leerlingen. Wekelijks wordt ik gebeld door wanhopige ouders van kinderen die niet meer naar school gaan. Afgelopen week was het een moeder van een veertienjarig meisje en een moeder van een zesjarig kind. De week ervoor waren het drie telefoontjes als ik het mij goed herinner. 'Kunt u iets voor mij doen? Ik weet niet meer waar ik heen moet!' Ik heb ze allemaal naar de enquete van de Boze Ouders doorverwezen. Vertel je verhaal!
Voor hén zat ik in de bus.
Het was fijn, zo met ouders onder elkaar. Het geeft steun om te ervaren dat je niet alleen bent met je wanhoop.
In de bus kwam ik er ook achter dat ik geen goed beeld had van de huidige situatie. Mijn haren rezen te berge van de verhalen die ik hoorde. In mijn boek, de Acato Affaire, schreef ik dat er niets veranderd is sinds de tijd dat ik vocht om mijn kinderen binnen de muren van een school te houden. Dat klopt niet. Er is wel degelijk iets veranderd. De strijd is voor ouders veel en veel zwaarder geworden. Ik kon nog met hulp van consulenten en klachtenprocedures mijn zoon lang genoeg op school houden zodat hij aan het eindexamen deel kon nemen. Die tijd is echt voorbij. De methoden die nu worden gehanteerd om van kinderen af te komen zijn hard en meedogenloos.
In het nauw gedreven scholen die kampen met lerarentekorten, onder druk gezet worden door de overheid om aantoonbare resultaten te boeken en aan de andere kant ouders die terecht het passend onderwijs opeisen, zetten de verhoudingen op scherp.
Intussen kost het hele circus de belastingbetaler steeds meer geld en waar dat geld allemaal blijft kunnen we alleen maar naar gissen. Niet bij onze kinderen in ieder geval. Dat weten we zeker. Het aantal thuiszitters neemt toe. De trukendozen om kinderen te verstoppen ook.
In de bus vertelde een moeder mij over een syndroom waar ik nog nooit van gehoord had. Het kan optreden bij stress of verdriet. Ik ben zelf trouwens ook eens in allerijl door mijn kinderen naar het ziekenhuis gebracht omdat mijn handen ineens in een kramp naar binnen stonden. De oorzaak bleek hyperventilatie. Dat kwam ook vanwege de stress natuurlijk. Ik moest beter op mijn ademhaling letten, zei de dokter. Vertel dat de minister, dacht ik bij mijzelf.
Deze moeder kreeg een veel ergere reactie door de stress en de zorgen om haar kinderen. Zij kreeg het gebroken hart syndroom.
Ik heb het opgezocht: bij veel stress of verdriet komen er stresshormonen in het bloed en die kunnen een deel van het hart, de linker kamer, in een kramp brengen. Eigenlijk moet die kamer het zuurstofrijke bloed door het lichaam pompen maar dat gebeurt dan onvoldoende. En daar kun je net zo beroerd van worden als van een hartinfarct. Dit verschijnsel komt normaal gesproken alleen voor bij oudere vrouwen, maar dit was echt een jonge moeder.
Moet je nagaan... Hier hebben moeders in Nederland dus last van. Deze moeders zien het, net als de andere moeders van Nederland, als hun taak om hun kinderen op te voeden en groot te brengen tot volwassenen die hun brood kunnen verdienen. Daarbij ondervinden ze zoveel tegenwerking dat ze uiteindelijk thuis op de bank komen te zitten met letterlijk een gebroken hart.
Tegen die tijd is het bedrijf of de baan al aan de strijd opgeofferd, want het kind van de rekening zit ook thuis en het enig wat de ouders nog overblijft is te proberen om, ondanks het sociale isolement waaraan op den duur het hele gezin ten onder gaat, het voor het kind thuis nog een beetje leuk te maken. In een wanhopige poging om toch onderwijs van de grond te krijgen huren de ouders dan maar zelf een leraar. Soms geeft een gemeente daarvoor wat aalmoezen op voorwaarde dat ze ophouden met zeuren. Soms niet. En dan wordt de hele spaarpot eraan uitgegeven. Spaargeld wat eigenlijk bedoeld was voor die droom die iedereen natuurlijk heeft. Maar die deze mensen niet gegund is.
Het schoolgeld dat de overheid voor ieder kind reserveert verdwijnt intussen in een schoolkas. Het schoolgeld van deze kinderen ook. Geen haan die er naar kraait.
De overheid heeft geen ideeën meer. Lerarentekorten, overspánnen leraren, hele rijke schoolbesturen, miljoenen op de plank bij de samenwerkingsverbanden en geen mens die nog voor het vak kiest. Wat is hier mis gegaan?
Het ziet ernaar uit dat ook onze samenleving last heeft van dat gebroken hart syndroom. Onze overheid zit overduidelijk in een kramp. De kinderen zullen blijven komen, het zuurstofrijke bloed van onze samenleving waarvan een deel de samenleving nooit zal bereiken.
De linkerkamer van het hart van de samenleving vult zich, langzaam maar zeker ... tot die barst.
Mijn kinderen zijn weliswaar volwassen maar mijn strijd blijft dezelfde. Het schooltje Acato heeft enkel slachtoffers van het systeem als haar leerlingen. Wekelijks wordt ik gebeld door wanhopige ouders van kinderen die niet meer naar school gaan. Afgelopen week was het een moeder van een veertienjarig meisje en een moeder van een zesjarig kind. De week ervoor waren het drie telefoontjes als ik het mij goed herinner. 'Kunt u iets voor mij doen? Ik weet niet meer waar ik heen moet!' Ik heb ze allemaal naar de enquete van de Boze Ouders doorverwezen. Vertel je verhaal!
Voor hén zat ik in de bus.
Het was fijn, zo met ouders onder elkaar. Het geeft steun om te ervaren dat je niet alleen bent met je wanhoop.
In de bus kwam ik er ook achter dat ik geen goed beeld had van de huidige situatie. Mijn haren rezen te berge van de verhalen die ik hoorde. In mijn boek, de Acato Affaire, schreef ik dat er niets veranderd is sinds de tijd dat ik vocht om mijn kinderen binnen de muren van een school te houden. Dat klopt niet. Er is wel degelijk iets veranderd. De strijd is voor ouders veel en veel zwaarder geworden. Ik kon nog met hulp van consulenten en klachtenprocedures mijn zoon lang genoeg op school houden zodat hij aan het eindexamen deel kon nemen. Die tijd is echt voorbij. De methoden die nu worden gehanteerd om van kinderen af te komen zijn hard en meedogenloos.
In het nauw gedreven scholen die kampen met lerarentekorten, onder druk gezet worden door de overheid om aantoonbare resultaten te boeken en aan de andere kant ouders die terecht het passend onderwijs opeisen, zetten de verhoudingen op scherp.
Intussen kost het hele circus de belastingbetaler steeds meer geld en waar dat geld allemaal blijft kunnen we alleen maar naar gissen. Niet bij onze kinderen in ieder geval. Dat weten we zeker. Het aantal thuiszitters neemt toe. De trukendozen om kinderen te verstoppen ook.
In de bus vertelde een moeder mij over een syndroom waar ik nog nooit van gehoord had. Het kan optreden bij stress of verdriet. Ik ben zelf trouwens ook eens in allerijl door mijn kinderen naar het ziekenhuis gebracht omdat mijn handen ineens in een kramp naar binnen stonden. De oorzaak bleek hyperventilatie. Dat kwam ook vanwege de stress natuurlijk. Ik moest beter op mijn ademhaling letten, zei de dokter. Vertel dat de minister, dacht ik bij mijzelf.
Deze moeder kreeg een veel ergere reactie door de stress en de zorgen om haar kinderen. Zij kreeg het gebroken hart syndroom.
Ik heb het opgezocht: bij veel stress of verdriet komen er stresshormonen in het bloed en die kunnen een deel van het hart, de linker kamer, in een kramp brengen. Eigenlijk moet die kamer het zuurstofrijke bloed door het lichaam pompen maar dat gebeurt dan onvoldoende. En daar kun je net zo beroerd van worden als van een hartinfarct. Dit verschijnsel komt normaal gesproken alleen voor bij oudere vrouwen, maar dit was echt een jonge moeder.
Moet je nagaan... Hier hebben moeders in Nederland dus last van. Deze moeders zien het, net als de andere moeders van Nederland, als hun taak om hun kinderen op te voeden en groot te brengen tot volwassenen die hun brood kunnen verdienen. Daarbij ondervinden ze zoveel tegenwerking dat ze uiteindelijk thuis op de bank komen te zitten met letterlijk een gebroken hart.
Tegen die tijd is het bedrijf of de baan al aan de strijd opgeofferd, want het kind van de rekening zit ook thuis en het enig wat de ouders nog overblijft is te proberen om, ondanks het sociale isolement waaraan op den duur het hele gezin ten onder gaat, het voor het kind thuis nog een beetje leuk te maken. In een wanhopige poging om toch onderwijs van de grond te krijgen huren de ouders dan maar zelf een leraar. Soms geeft een gemeente daarvoor wat aalmoezen op voorwaarde dat ze ophouden met zeuren. Soms niet. En dan wordt de hele spaarpot eraan uitgegeven. Spaargeld wat eigenlijk bedoeld was voor die droom die iedereen natuurlijk heeft. Maar die deze mensen niet gegund is.
Het schoolgeld dat de overheid voor ieder kind reserveert verdwijnt intussen in een schoolkas. Het schoolgeld van deze kinderen ook. Geen haan die er naar kraait.
De overheid heeft geen ideeën meer. Lerarentekorten, overspánnen leraren, hele rijke schoolbesturen, miljoenen op de plank bij de samenwerkingsverbanden en geen mens die nog voor het vak kiest. Wat is hier mis gegaan?
Het ziet ernaar uit dat ook onze samenleving last heeft van dat gebroken hart syndroom. Onze overheid zit overduidelijk in een kramp. De kinderen zullen blijven komen, het zuurstofrijke bloed van onze samenleving waarvan een deel de samenleving nooit zal bereiken.
De linkerkamer van het hart van de samenleving vult zich, langzaam maar zeker ... tot die barst.
zondag 21 juli 2019
Open Brief aan het college van Rotterdam
22 juli 2019, Troense, Denemarken
Betreft:
Debat actualiteitenraad 18/7/19
Geacht college,
Naar aanleiding van het debat in de actualiteitenraad het volgende:
U verwijt Stichting Bloemfleur gebrek aan medewerking.
Volgens u had Stichting Bloemfleur dossiers moeten overdragen. Dat is vreemd. De wet op de privacy verbiedt het om vertrouwelijke gegevens van kinderen en ouders te delen met anderen, zonder toestemming van de betrokken ouders en in sommige gevallen de kinderen zelf.
De leerkrachten van Acato hebben direct nadat het duidelijk was dat we met onze werkzaamheden moesten stoppen, een eindverslag gemaakt van ieder kind en dat aan de ouders verstrekt. Wij hebben de ouders en kinderen zelf de keus gelaten om contact met u of uw medewerkers op te nemen.
Dat dit niet in alle gevallen is gebeurd kan en mag u stichting Bloemfleur/Acato niet verwijten.
Zegge en schrijven één school heeft de afgelopen weken bij ons informatie ingewonnen en die informatie hebben wij, in overleg met de ouder, ook verstrekt. Dit was overigens de enige school die afgelopen jaar contact onderhield over de leerling die bij ons zat.
Verder heeft geen enkele school contact met ons gezocht dan wel informatie gevraagd.
Van die ene leerling is door uw gedragsdeskundige afgelopen week een OPP gemaakt wat wij toegestuurd hebben kregen. De leerling is een paar weken, één of twee dagdelen per week in uw leerrechtpilot geweest. Uw gedragsdeskundige schrijft in het OPP dat deze leerling toegeleid moet worden naar een beschutte werkplek en geen onderwijs meer nodig heeft. Deze leerling is net 15 geworden.
Wat betreft de leerkrachten: De medewerkers van Acato zijn op één na, allemaal kleine zelfstandigen. Ik kan ze niet opdragen voor u te gaan werken. Ook als ze een contract zouden hebben bij Acato kan ik ze dat niet opdragen.
Via onze beschermde pagina van de website carenzorgt hebben wij alle leerkrachten op de hoogte gebracht van uw aanbod. Ook de leerkracht van Acato die wel bij u is gaan werken, heeft op dat platform aan haar collega’s erover bericht.
U heeft ons per 1 mei gesommeerd het pand te verlaten. Aan de ouders heeft U medegedeeld dat er voor de kinderen, behoudens het vertrek van bestuur en directie, niets zou veranderen aan de locatie, de spullen en de medewerkers.
U heeft met alle aanwezige meubels en spullen geprobeerd de geest van Acato te behouden. Wij hebben alles laten staan omdat we uw leerrechtpilot niet wilden frustreren, omdat dat schadelijk zou kunnen zijn voor de kinderen.
Een fatsoenlijke overdracht heeft in deze (nog) niet plaatsgevonden en dat komt niet omdat het bestuur ‘onwelwillend’ zou zijn zoals wethouder Bokhove keer op keer beweert.
De hele school ligt vol met onze persoonlijke spullen, met materiaal dat eigendom is van Stichting Bloemfleur en van de kinderen en ouders.
Wij hebben geprobeerd om voor de vakantie een moment te vinden waarop we onze spullen zouden kunnen verhuizen. Niet de meubels. Die wil Stichting Bloemfleur best aan u overdoen. Ik kan mij voorstellen dat als u vanaf september serieus met uw leerrechtpilot van start wilt gaan dat het dan fijn is als onze spullen weg zijn.
Het betreft een serieuze verhuizing en wij zouden daar 1 tot 2 dagen voor nodig hebben. Ik ben langs geweest op de leerrechtpilot en heb geprobeerd om een afspraak te maken. Wij konden alleen terecht na 15.30 uur en dat was voor ons niet haalbaar, vanwege de beschikbaarheid van de ouders die mee zouden helpen.
Tot op de dag van vandaag staan alle spullen nog in het pand.
Via de ouders is ons bovendien het volgende ter ore gekomen: Uw wijkteams verspreiden op dit moment het gerucht dat bij Acato een leerling gebroken ribben opgelopen heeft. Er zijn al eerder suggesties gedaan door de wethouder dat er ‘incidenten’ bij Acato hebben plaats gevonden.
Ik wil u bij deze dringend verzoeken om toelichting. Ik ken geen incidenten. En al helemaal geen voorvallen waarbij een kind ribben zou hebben gebroken.
In januari heeft een van uw ambtenaren ook al iets geschreven aan ons over een incident. ‘De signalen waren heel ernstig.’ Zo schreef zij. Bij navraag bleek het niet mogelijk te zijn om toelichting te krijgen.
Wat merkwaardig. Als het zo ernstig is, moet het dan niet zorgvuldig worden onderzocht?
Waarom gebeurt dat niet?
Kunt u mij uitleggen waarom het college geruchten voedt en verder geen toelichting wil geven?
We hebben een burgerinitiatief gestart om kinderen en ouders te helpen die volkomen in de steek gelaten waren. Dat hebben we ook nog eens in overleg met u gedaan. U heeft vervolgens het vertrouwen in ons opgezegd en ons gesommeerd om binnen een maand op te stappen en de zorg voor de kinderen aan uw over te dragen zonder dat daar een duidelijk plan voor was.
Keer op keer wordt stichting Bloemfleur/Acato onwil en onzorgvuldigheid verweten.
Ja, wij zijn diep teleurgesteld en voelen ons bijzonder onheus behandeld, maar wij zullen nooit, maar dan ook nooit iets doen wat het vertrouwen en de veiligheid van ‘onze’ kinderen en hun toekomstige ontwikkeling in gevaar zou brengen.
Wij vragen U dan ook met klem zich te onthouden van uw uitspraken over stichting Bloemfleur/Acato.
En voor wat betreft uw eigen handelen in deze, zien wij het rapport van de Ombudsman met vertrouwen tegemoet.
.
In afwachting van uw reactie,
Mede namens het bestuur van Stichting Bloemfleur
Mw. L. Boot-Ton
vrijdag 7 juni 2019
Huichelaars
Aan de gemeenteraadsleden van de coalitie
VVD, CDA, Groen Links, D66, CU/SGP, PvdA
Rotterdam, 7 juni 2019
Gisteren 6 juni heb ik 8 uur lang, gedwongen zwijgend op het smalle bankje van de tribune mogen aanhoren wat een burger u waard is.
Ondanks het feit dat de wethouder volgens u blunder na blunder heeft geslagen en fout na fout maakte, was het volgens u toch prima dat het burgerinitiatief Acato de wacht werd aangezegd.
Het burgerinitiatief Acato heeft namelijk geen kans gezien om binnen drie maanden zonder hulp van de gemeente en zonder geld toe te groeien naar een erkende zorgverlener.
Hoewel u ook vindt dat de wethouder toch inmiddels over heel wat zaken niet echt de waarheid heeft verteld en in haar hoge positie haar werk niet goed blijkt te doen heeft het burgerinitiatief volgens u haar verdiende loon gekregen.
De wethouders wisten elkaar niet eens goed te informeren of Acato nou wel of niet aan de voorwaarden voldeed, maar dit burgerinitiatief moest blijkbaar wel weten waaraan het schortte.
Afgelopen dinsdag bent u op uitnodiging van de wethouder wezen kijken in het schooltje dat door het burgerinitiatief zonder middelen, met helemaal niets, zo mooi is ingericht. Want daar had de wethouder BOOR en Pameijer ingezet en daar hebben deze partijen goede sier zitten maken op ons werk. Ons werk. Dat we met helemaal niets van de grond kregen.
En dat werk pakte de wethouder af en gaf dat samen met een zak geld aan BOOR en Pameijer en de wethouder is trots dat die grote partijen, die grote rijke partijen, die de kinderen afgelopen jaren niks te bieden hadden, nu zo snel de leerrechtpilot hebben in gericht. Op ons werk. Wat knap van die grote partijen!
De wethouder kon ook trots vertellen dat de geldstromen nu gaan samenkomen, zorg en onderwijsgeld, allemaal mooi samen in de leerrechtpilot van BOOR en Pameijer.
Ik heb u ook ontvangen op onze kleine 18 plus locatie. Ik heb u onze kant van het verhaal verteld. Hoe we juist in de steek gelaten zijn door de wethouders. Ik heb u de afspraken laten zien van de gemeente van 25 januari. Het blijkt voor u van nul en generlei waarde te zijn geweest.
Zelfs de toegezegde PGB’s van de kinderen heeft dit burgerinitiatief nog niet gekregen. De leraren en begeleiders hebben we nog niet kunnen betalen. Maar deze gegunde partijen krijgen hun geld, daar kunnen we op rekenen!
En u vond dat ook knap van de wethouder. Dat ze het werk van een burger afpakt en aan de gegunde partijen geeft. Al ons werk. Uit liefde voor de kinderen, met helemaal niets opgebouwd.
En na die schoffering van de burger vindt u ook nog dat die burger niet in het belang van de kinderen handelt als ze niet netjes haar werk overdraagt.
Er zit hier een verbijsterde burger. Ik denk niet dat u uw taak begrijpt als volksvertegenwoordiger.
Ik groet u niet, ik teken slechts
Sas Boot
Abonneren op:
Posts (Atom)