Als het over onderwijs voor onze kinderen gaat willen wij dan als ouders te veel? Ik heb jaren lang gestreden om mijn kinderen binnen de muren van een school te houden. Ik heb mij er altijd over verbaasd dat dit zo ging, maar ik geloof niet dat ik te veeleisend was.

vrijdag 10 oktober 2014

Een nieuw gat in de markt: de schooldetective

Ondernemend Nederland opgelet, dankzij Passend Onderwijs is er een nieuw gat in de markt. Laat mij u inspireren.

Sinds 1 augustus is er een nieuwe wet van kracht. Dat kan u niet zijn ontgaan: De wet Passend Onderwijs. Eén van de belangrijkste pijlers van deze wet die het probleem van de thuiszittende kinderen moet oplossen, is de Zorgplicht met een hoofdletter. Scholen hebben vanaf 1 augustus dit jaar nog nadrukkelijker zorgplicht dan eerst. Als een school een kind wil wegsturen mag dat wel maar dan moet die school ervoor zorgen dat dat kind een passende plek krijgt op een andere school.  Wij ouders weten natuurlijk allemaal dat daar geen bliksem van terecht gaat komen, maar de variaties van dat falen zijn reuze geestig om te belichten.


Het begint al met de taalbarrière. En dan heb ik het niet over Turks of Arabisch, maar gewoon Nederlands en het Ikhebgeenzininjouwkindschooltaal. 


"Ik wil mijn dochter hier graag aanmelden. Ze heeft Ass en ADHD."
"Dan kunt u haar beter niet aanmelden."
"Maar ik wilde haar wel graag aanmelden, want haar broertje zit hier ook en het is maar vijf minuten fietsen."
"U kunt haar echt beter niet aanmelden. Weet u, we hebben hier ervaring mee. Uw dochter wordt hier heus niet gelukkig."


In de meeste gevallen zal het gesprek op de volgende wijze verder gaan:
"O, maar wat moet ik dan doen?"
"U kunt het op een andere school proberen."
"O, dank u wel. Goedemiddag."
"Ja dag hoor."
Als moeder is vertrokken maakt de schooldirecteur een rondedansje want hij heeft er weer eentje buiten de deur weten te houden. Het kind is namelijk niet aangemeld en dus is er ook geen Zorgplicht met een hoofdletter. Lekker niet.


Er zijn mensen die denken dat het zo zal gaan:
"Ik wil mijn dochter hier graag aanmelden. Ze heeft Ass en ADHD."
"Dan kunt u haar beter niet aanmelden."
"Maar ik wilde haar wel graag aanmelden, want haar broertje zit hier ook en het is maar vijf minuten fietsen."
"U kunt haar echt beter niet aanmelden. Weet u, we hebben hier ervaring mee. Uw dochter wordt hier heus niet gelukkig."
"Nou moet u potverkoffie ophouden. Ik meld haar aan en daarmee basta. U heeft vanaf nu een Zorgplicht met een hoofdletter dus ga maar uitleggen waarom u vindt dat u mijn kind niet op uw school wilt hebben."


De mensen die denken dat het zo zal gaan moeten hun bovenkamer laten nakijken. Maar goed stel je voor...
Een beetje slimme schooldirecteur heeft dan overigens nog steeds een vluchtroute:


"Ehh, tja als u zo begint."
"Ja zo begin ik ja, er is een nieuwe wet hoor. Is u dat al opgevallen?"
"O nou ehh weet u. We zitten vol. Ja, alle plaatsen bezet. Jammer he?"


Als een school vol zit vervalt de Zorgplicht met een hoofdletter. Is het niet geniaal? Ik heb de helpdesk Passend Onderwijs van het ministerie om uitleg gevraagd. En hier ligt de uitdaging voor ondernemend Nederland:


De helpdesk zegt er namelijk het volgende over:
"Bij aanmelding van een leerling hoeft dan niet aan de zorgplicht te worden voldaan. U moet daarbij wel opletten dat direct bij aanmelding de maximumcapaciteit is bereikt (en niet gedurende de zes weken onderzoek naar de zorgvraag, terwijl ondertussen andere leerlingen wel worden aangenomen)."

De schooldetective. Het wordt een geheel nieuwe professie. Ik zou er zelf wel mee willen beginnen. Je vermomt jezelf als conciërge in een stofjas en dan werk je je al prullenbakken legend richting het kantoor van de leerlingenadministratie. Daar pap je dan aan met de mevrouw van de inlogcodes. Uit Mission Impossible weet ik dat laxeermiddel het meest effectief is. Kluister de nijvere administratrice een ochtend aan de wc, breek in op haar computer, tel de nieuwe aanmeldingen en vergeet niet er een kopie van te maken op de meegebrachte usb-stick.

Kijk, dan komt moeder goed beslagen ten ijs.
Om op hetzelfde punt te beginnen:
"Ehh, tja als u zo begint."
"Ja zo begin ik ja, er is een nieuwe wet hoor. Is u dat al opgevallen?"
"O nou ehh weet u. We zitten vol. Ja, alle plaatsen bezet. Jammer he?"
"O ja? Nou mijnheer de schooldirecteur, ik heb hier de aanmeldingen van uw school op een stick. U zit helemaal niet vol! U belazert de kluit."
"O hemel, nu heeft u mij echt klem hoor."
"Haha! Dat dacht ik. Gaan we nu zaken doen? Ik dacht het wel hè?"


Ik zie het weer helemaal zitten. Binnenkort zit echt geen enkel kind meer thuis!


woensdag 2 juli 2014

Over een jaar zit geen enkele autist meer op school

Voor iemand die schrijft is het prettig als er daags nadat je een boute voorspelling in een stukje zet, deze al bevestigd wordt in de media. Het is stomvervelend als zoiets pas jaren later gebeurd. Zeker in het geval van mijn onderwerp; Passend Onderwijs voor autisten.

Gisteren besteedde Nieuwsuur er uitgebreid tijd aan, niet aan mij of aan mijn beweringen, maar aan het onderwerp. In Groningen namelijk hebben de schooldirecties met boerenslimheid de nieuwe wet aangegrepen om de kinderen die al tot hun verantwoordelijkheid behoorden, eruit te mieteren.

Voor de overheid is de nieuwe wet een kans om de thuiszittende kinderen weer naar school te krijgen, maar voor de scholen is het juist een kans om er eens en voor altijd vanaf te komen. Zouden die twee vooraf overlegd hebben eigenlijk? De minister en de scholen?

Zoals wel vaker voorkomt, vindt de moeder van twee van die kinderen, na heel lang en vooral ver zoeken, 80(!) kilometer verderop een school die het wel kan. Wie meent dat die school 80 kilometer verderop over iets heel bijzonders beschikt wat die scholen in Groningen allemaal niet in huis hebben, moet zich laten nakijken. Het enige bijzondere aan die school is vermoedelijk de welwillendheid van de directie. En daar moet een van die kinderen nu twee uur voor reizen.

Wat ik zo verbijsterend vind is dat er dan niemand verontwaardigd opstaat; geen enkel gewichtig persoon al dan niet in uniform met een knuppeltje liefst en een stuk zeep; om die scholen in Groningen de oren te wassen.

We hebben wel een nieuwe wet, eentje die helemaal anders heet te zijn dan de vorige, maar we blijven met dezelfde niet functionerende volslagen obsolete handhavers zitten:

Leerplicht is bij de wet aangesteld om ouders die hun kinderen niet naar school sturen te bestraffen of voor de rechter te slepen. Maar het gaat hier juist over ouders die door het hele land lopen te leuren met hun kroost. Scholen houden vrolijk de deur dicht en moeder krijgt vervolgens leerplicht op bezoek.

De Onderwijsinspectie gaat alleen naar scholen die niet functioneren. Scholen met een slagingspercentage van 98% krijgen geen inspectie over de vloer als ze een paar autisten of ADHD-ers weren: “Die school presteert zo goed. Ze zullen het daar wel weten.”

“Als zo’n school zich handelingesverlegen verklaart dan kunnen wij er ook niets aandoen.”

“En bovendien mevrouw, de inspectie komt niet in actie voor individuele gevallen.”

Het zijn altijd individuele gevallen. Er zitten geen 10.000 kinderen thuis, nee, er zit tienduizend keer één kind thuis. En dat kind heeft geen schijn van kans. Goeie scholen willen zo’n kind niet hebben en op een slechte school wordt het diep ongelukkig.

Dan hebben we natuurlijk nog Onderwijsgeschillen. Die kwam ook even aan het woord in Nieuwsuur. Ik ben daar geweest, bij die club. De school voor Speciaal Onderwijs wilde namelijk van mijn dochter Cato af. Daarover mag je je dan beklagen bij Onderwijsgeschillen. Dan zit je als moeder, alleen, naast de complete directie van de school tegenover een commissie van drie mensen en een secretaris. Ik had een vriendin en een zusje meegnomen. Voor de morele steun. Al mijn klachten werden ongegrond verklaard op één na. Zelfs mijn klacht over het feit dat Cato gepest werd en dat ze bij niemand terecht kon op school om haar nood te klagen, werd afgewezen. Volgens de school werd ze niet gepest en ik kon het daar voor de commissie niet bewijzen. Ik kreeg wel de les gelezen door een van de commissieleden. Ik moest een psycholoog laten meekijken, want de situatie was onveilig voor Cato. Maar mijn klacht was toch ongegrond.

Voor Cato’s onderwijs deed deze commissie niets. Ze moesten mijn (opgeschreven en op band opgenomen) woorden verdraaien om de conclusies plausibel te maken.

Cato heeft daarna nog een klein jaar op deze school gezeten. Ze werd eenzaam en alleen in de bibliotheek gezet en van alle lessen buiten gesloten. Ze werd zo verdrietig, dat ik haar van school moest halen. Onderwijsgeschillen had verder geen enkele belangstelling.


De vorige wet ging onderuit door het gebrek aan handhaving en dat zal bij de wet Passend Onderwijs net zo gebeuren. Passend Onderwijs heeft pas een kans als Leerplicht, Inspectie, Gedragswerk, Onderwijsconsulenten, Onderwijsgeschillen enzovoort worden omgesmeed tot een controleorgaan dat recht doet aan het doel van de nieuwe wet, namelijk: alle kinderen in Nederland hebben recht op passend onderwijs en dat moeten ze krijgen op een leuke school waar ze welkom zijn en waar ze lopend of op de fiets naar toe kunnen.

donderdag 26 juni 2014

Goede bedoelingen 1 en 2

Gisteren was ik aanwezig bij de presentatie van het boek “Iedereen aan Boord. Samen werken aan passend onderwijs voor kinderen voor wie dat niet vanzelf spreekt” geschreven door twee heren van de Stichting Gedragswerk, Jos van der Horst en Bart van Kessel. Het boek heb ik nog niet gelezen dus over de inhoud zal ik voor nu zwijgen, maar ik wil  wel wat kwijt over de presentatie.

Zoals altijd waren de sprekers geïnspireerd door de goede wil van mensen. De schrijvers van het boek legden beeldend uit wat in hun optiek mis gaat gedurende het proces dat als eindresultaat een thuiszittend kind heeft. De ervaringen waar ze uit putten en waar dit boek op gebaseerd is, beginnen altijd op het moment dat er al een conflict is en de partijen; ouders, school en soms zelfs advocaten; als kemphanen tegenover elkaar staan. De kernvraag: hoe krijg je het kind weer op school, is de legitimatie van de bemoeienissen van  Gedragswerk. En dat is precies de reden waarom  ik denk dat ook dit boek, hoe goed bedoeld ook, het kind niet zal redden.

Het proces dat leidt tot de ruzie beschrijft niemand. Waar twee vechten hebben twee schuld nietwaar? “De ouders zeggen dit en de school zegt dat!” Tijdens de presentatie werd een beeldend rollenspel ten tonele gevoerd waarin een agressieve vader een bevende IB-er afbekt. Dat proces wil Gedragswerk onder andere in goede banen leiden door de IB-er professioneel handelen bij te brengen. Maar zolang het ontstaan van het conflict niet interessant gevonden wordt zal Gedragswerk maar weinig bereiken.

Er zijn een paar redenen aan te voeren waarom passend onderwijs ondanks de inspanningen van Gedragswerk niet zal slagen.

Ten eerste ontbreekt het juist aan goede wil. Scholen willen geen kinderen waar wat mee is . Die kinderen vormen een bedreiging voor de eindresultaten en zolang dat een gegeven is, is elk project gedoemd te mislukken. Kinderen zouden namelijk te allen tijde welkom moeten zijn op scholen.

Ten tweede meent de overheid dat kinderen reparabel zijn. En dit belachelijke idee hebben ze de scholen en de erom heen hangende semi-professionals opgelegd.  Zo beweerde een van de schrijvers, die ik overigens niet onder de semi-professionals wil scharen, dat als een kind in groep 3 niet leert lezen er sprake is van een taal-spraak stoornis en dat je dan gewoon cluster 2 moet inschakelen want dan komt alles goed. Cluster 2 is een typisch voorbeeld van een semi-professional. Lees de website van de overheid er maar op na: er is geen aanvullende opleiding nodig om bij cluster 2 te mogen werken. Afgezien van de volstrekte ondeskundigheid van cluster 2, is er geen sprake van een ontwikkelingsstoornis als het zo eenvoudig zou zijn.
Dat laatste bepaalt het functioneren van Gedragswerk en straks dat van Passend Onderwijs: Een kind mag wel een probleem hebben maar daar willen we niet te lang last van hebben. En dat staat haaks op het probleem van een kind met een ontwikkelingsstoornis. Dat heeft daar namelijk minstens zo’n zesentwintig jaar last van.

Uiteraard was er een kers op de taart. Ik ben altijd zo blij als de overheid bij dit soort gelegenheden haar mond open doet want dan krijg je het grote falen in een paar zinnen on a silver platter.

Goede bedoelingen 2

Het Grote Falen

De hoge ambtenaar die het eerste exemplaar van het boek aangeboden kreeg legde uit waarom de vorige wet was mislukt: Het doel van de vorige wet was precies dezelfde als die van de nieuwe Wet Passend Onderwijs namelijk: het terugdringen van het aantal kinderen dat naar het Speciaal Onderwijs wordt verwezen en het terugdringen van het aantal kinderen dat thuis komt te zitten. Het terugdringen van het aantal Speciaal Onderwijs kinderen mislukte omdat de scholen binnen de kortste keren precies door hadden hoe je een Speciaal Onderwijsindicatie aanvraagt waarmee ze de felbegeerde Rugzak binnen hengelden met als gevolg dat het aantal Speciaal Onderwijs kinderen explosief steeg. Tegelijkertijd bleef het aantal thuiszittende kinderen gelijk. Aldus de hoge ambtenaar.

Hierin zit de oorzaak van het enorme falen besloten. De overheid handhaaft haar eigen wetten niet en de motieven van de scholen zijn verre van zuiver.

Het mag een ieder dan ook verbazen dat de nieuwe wet weer blindelings uitgaat van goede wil, maar, zo sprak de bevlogen ambtenaar: we hebben wel iets veranderd: “De scholen hebben nu een zorgplicht.” De scholen moeten de kinderen nu een plek geven.

Ten eerste hadden de scholen in de vorige wet die Zorgplicht ook en dat hielp geen bliksem want de ouders moesten het zelf afdwingen. Ten tweede heeft de overheid blijkbaar geen idee hoe scholen van lastige kinderen af weten te komen. De overheid kent de formules niet. Een school zegt niet:
“Wij willen uw kind niet.”
Een school zegt:
“U kunt uw kind beter niet aanmelden want we zijn bang dat hij heel ongelukkig wordt hier.”
Mag ik vragen wat we aan een Zorgplicht hebben als ouders dan maar besluiten ergens anders te gaan ‘proberen’?

Een school zegt niet:
“Uw kind moet van school. We schrijven hem hier uit.”
Een school zegt:
“U kunt uw kind beter van school halen want we kunnen echt niets meer voor hem doen. Het is heus beter. Hij wordt hier zo ongelukkig.”
Wat hebben we aan een Zorgplicht als de ouders dan besluiten om ‘vrijwillig’ het kind van school te halen?

En dan begint het conflict. En dan zegt de school: “Dat hebben wij nooit gezegd. Dat heeft u verkeerd begrepen.” Vervolgens gaan de ouders schreeuwen en zegt de onderwijsconsulent of sparringpartner of jeugdzorg, dat er een complex probleem ligt.

In de nieuwe wet is de Rugzak verdwenen. De steekpenningen uit de Rugzak die voor sommige kinderen een soort van redding betekenden zitten nu in een grote pot bij het Samenwerkingsverband. Kinderen met leerproblemen zijn er nog steeds maar we mogen niet meer zeggen waar dit door wordt veroorzaakt. De etiketten moeten er af. En van de scholen die zonder dat ze ooit verantwoording hoefden af te leggen voor het enorme falen in hun opdracht, wordt wederom enkel goede wil gevraagd.

De hoge ambtenaar besloot met de verlossende woorden: “We gaan er van uit dat het probleem van thuiszittende kinderen nooit zal worden opgelost. Thuiszittende kinderen zullen er altijd zijn.”
En hij waste zijn handen in onschuld..

Arme kinderen

Arme, arme kinderen.

donderdag 19 juni 2014

Congres Steunpunt Autisme Noordelijk Zuid-Holland

Inmiddels is het schooltje verhuisd en zit Cato in een veel mooiere ruimte waar ze naast schilderen ook kan koken en bakken. Helemaal prachtig. Hoewel menig lezer zal begrijpen dat de hele troep niet hokuspokuspas verhuisd was en dat de nieuwe route naar school voor Cato een hindernis van formaat vormde, is dit alles al weer lang vergeten. Ik wilde er wel over vertellen maar die noodzaak is naar de achtergrond verdrongen door het congres van het Steunpunt Autisme dat ik kort geleden bijwoonde.

Bouwen we scholen voor de kinderen of baren we kinderen voor de scholen? Ik weet het niet meer, eerlijk gezegd.
Het congres had als titel: "Thuis met autisme, wie zit er mee?" en ging over het thuiszittersprobleem. Veel van de thuiszitters blijken een autismespectrumstoornis te hebben namelijk. Wie verrast dat niet?

De inspanningen van het Steunpunt zijn prijzenswaardig en de sprekers van het congres waren, een enkele uitzondering daargelaten, bevlogen. De mensen in de zaal kwamen vrijwel allemaal uit het veld zoals dat heet. Een enkele moeder zoals ik, met een kind dat niemand wil, had zich tussen de professionals gewaagd.
Tijdens dit soort bijeenkomsten raak ik altijd enigszins in de war. De tegenstrijdigheden zijn zo enorm dat ik ze bijna over het hoofd zie.
De sprekers hadden zich ten doel gesteld de zaal uit te leggen hoe je kinderen met autisme binnen de muren van een school kunt houden. Dit is een prachtig streven alleen zit de zaal bij dit soort lezingen altijd vol met mensen die allang weten hoe je dat doet. De schoolbesturen die kinderen met een stoornis buiten de deur houden bezoeken dergelijke congressen niet. Hoe meer ervoor nodig is om een autistisch kind onderwijs te gunnen, hoe groter de weerstand van een school met ambitie.

De voorzitter van de vereniging van leerplichtambtenaren Ingrado, gaf blijk van enorme betrokkenheid maar ze deed een hele merkwaardige uitspraak. Ze zei: "Over één ding zijn we het allemaal wel eens: de scholen dwingen om kinderen op te nemen heeft geen zin." Deze zin raakte mij tussen de ogen. Ik had een kwartier nodig om ervan bij te komen. Tijdens de pauze sprak ik een leerplichtambtenaar die mij een verhaal vertelde over een jongetje dat op geen enkele school in zijn directe omgeving welkom was. Dankzij de tussenkomst van leerplicht was er een school twintig (of dertig, ik weet het niet meer) kilometer verderop gevonden. En nu kon het kind toch naar school. De leerplichtambtenaar vond dit een goede oplossing. Dat dit kind dagelijks een enorme afstand moet reizen en dat de kinderen uit zijn straat allemaal gezellig bij elkaar op de school in de buurt zitten en hij alleen ergens anders, is blijkbaar van geen gewicht. Maar ik verbaas mij nog het meest over de vanzelfsprekendheid waarmee geaccepteerd wordt dat scholen een kind wegsturen. Als die school twintig kilometer verderop het wel kan waarom kan die school in de buurt het dan niet? Waarom hoeft een school zich nooit te verantwoorden?

Zolang scholen niet gedwongen worden, zolang scholen zich niet hoeven te verantwoorden, zolang scholen van besturen zijn die zichzelf als prioriteit stellen in plaats van de kinderen, zolang de Minister de mensenrechten niet respecteert en verantwoordelijkheid neemt, wordt dit probleem nooit opgelost. Dan staat het Steunpunt, leerplicht en consultant hierenmedaar enkel voor eigen parochie te preken en zitten de kinderen intussen thuis.

De grootste tegenstrijdigheid van de dag zat hem in het feit dat kinderen helemaal geen etiketten meer mogen hebben van de minister. De NVA wordt dan de vereniging van de anoniemen. Kinderen falen straks gewoon zonder gewichtige reden en de scholen mogen falende kinderen wegsturen want de minister wil 100 procent geslaagden. Over een jaar zit er geen enkele autist meer op school.

vrijdag 23 mei 2014

Bijzaken

29 april; Het schooltje moet verhuizen. Het lokaal begint net een beetje van Cato te worden, met al haar mooie producten, maar helaas; we moeten er alweer uit. Het antikraak contract is opgezegd want het gebouw gaat weer gebruikt worden waarvoor het bedoeld is: Er komt een school in die nu de leerlingen in noodgebouwtjes moet proppen.
Op zoek dus naar een nieuw passend onderkomen. Niet te groot, niet te klein, niet te duur, niet te ver weg, enzovoorts.
Ik zit er behoorlijk van te balen. Ik had net sinds een paar weken internet gefabriceerd in het lokaal. Althans dat had een knap vriendje voor mij gedaan. Het was een heel gezoek en gevogel geweest. Diverse bedrijfjes in het pand hadden in de meterkast wonderlijke constructies gemaakt met knipperende kastjes en kruislings lopende snoeren. Terwijl Dick met meetapparatuur de trap op een neer draafde tot het zweet op zijn voorhoofd parelde, lapten mijn vriendin en ik samen de ramen. Dat was beter voor de goede vrede want mijn bemoeizucht en domme vragen dreven de specialist tot wanhoop.

De provider had mij uitgelegd dat verhuizen geen probleem zou zijn, mits er in het nieuwe onderkomen een beschikbare lijn is.  Dick ziet het gelukkig als een uitdaging. Als ik mijn mond maar hou gedurende het proces.

Ik maak mij om nog wat anders zorgen. In januari is het PGB toegekend, maar Cato heeft nog steeds niets gekregen. Ik bel of mail bijna wekelijks met de afdeling kwaliteit. Dat is de afdeling waar je terecht komt als je het met een beslissing niet eens bent. Eigenlijk was mijn bezwaar al weggenomen, zoals ik beschreven heb op 13 februari in “Een tik van de molen”, maar er zit één groot voordeel aan de afdeling kwaliteit. Deze afdeling heeft een telefoonnummer waarop daadwerkelijk binnen een acceptabel aantal minuten wordt gereageerd. Het reguliere nummer waar je als eenvoudige burger zonder klacht met een gewone vraag toe veroordeeld bent, is hopeloos overbelast. Wachttijden van meer dan tien minuten zijn geen uitzondering. Bijna altijd gooi ik dan de hoorn erop. Eén keer was ik het zo beu, dat ik besloot te wachten tot er werd opgenomen. Na twintig minuten klonk een stem door de telefoon die zei, nadat  we onze namen hadden uitgewisseld: “Nou ik dacht, ik zal maar antwoorden want u zit al twintig minuten te wachten.”
De telefoon van de afdeling kwaliteit staat blijkbaar niet roodgloeiend, hetgeen om meerdere redenen goed nieuws is en sinds ik daar een naam heb van iemand die de inhoud van mijn dochters dossier kent, bel ik alleen nog maar met die afdeling. Helaas helpt het niet. Er is mij al zes keer verzekerd dat het dossier compleet is en het is de welwillende medewerker ook  helaas onduidelijk waarom het proces van uitbetalen telkens blijft steken. Om razend van te worden.
De rekeningen van Cato’s begeleiders stapelen zich op. Visioenen van falende Zorgkantoor medewerkers die ineens beweren dat Cato eigenlijk bij nader inzien toch geen recht heeft op een PGB verstoren mijn nachtrust.

Vandaag verzuchtte ik tegen één van Cato’s begeleiders; “Af en toe lijkt het alsof de school bijzaak is geworden en de bijzaken hoofdzaken.”  Gelukkig hebben de begeleiders van Cato hier geen last van. Ik moet nog wel even zorgen voor een naadloze overgang naar een nieuw lokaal.


Wordt vervolgd.

maandag 19 mei 2014

Navigatie

Lesvoorbereiding en uitvoering. Ik had vroeger op de zeevaartschool een vak dat heette: reisvoorbereiding en uitvoering. Tegenwoordig schijnt dat vak weer anders te heten, maar het bestaat uiteraard nog steeds. Of je nou op pad gaat met een schip op zee of met een kind in het onderwijs, je moet je voorbereiden op de reis, op de obstakels die er gaan komen en op de wijze waarop je het doel gaat bereiken. Wat wordt de koers, zogezegd.

Cato gaat nu vier dagen in de week naar school. Er staan inmiddels de nodige producten in wording op de vensterbank. Op de ramen zijn mooie tekeningen geplakt die ze bij het striptekenen heeft gemaakt. Op de ezel staat een schilderproject, Olaf is bijna voltooid in gips en in stevige kartonnen tekenmappen zijn de biologielessen geknoopt.

Ze vindt het heerlijk op school, maar het is nog steeds erg moeilijk om haar iets te leren.

Ik heb er eindeloos over getobd. Hoe pak je dit aan? Toen we met de school begonnen heb ik voorgesteld om filmpjes te maken waarin de leraar vertelt wat de komende les gaat gebeuren. Die kan Cato dan thuis ’s ochtends bekijken voordat ze naar school gaat. Tot mijn verbazing schrok iedereen van het voorstel. Ik vond het verrassend om te zien hoeveel weerstand dit idee opriep. Niemand wilde zichzelf op film zien en “wat moet ik dan zeggen?” Alleen José heeft het aangedurfd. Ze was er vreselijk onzeker over, maar de dag voordat haar eerste les zou zijn kreeg ik keurig een klein filmpje opgestuurd via We Transfer.
Cato bekeek het filmpje aandachtig. José legde uit dat ze zou gaan beeldhouwen in speksteen. Ze hield een stuk van het materiaal omhoog. “Kijk Cato, dit is de steen en dit is een zaag, die hebben we nodig en schuurpapier. En dan moet je eerst een hartje maken. Dat is de eerste opdracht.” José liet het hartje zien dat ze vast als voorbeeld gemaakt had.

Cato fietste naar school en ze kreeg haar eerste les in beeldhouwen op speksteen. Ik kan het nu achteraf niet meer bewijzen maar uit ervaring weet ik dat als Cato zonder deze voorbereiding naar school was gegaan, de les heel anders was verlopen. Ongeveer zo:
“Goedemorgen Cato.”
“Ja, hallo hoor”, zou Cato op monotone toon antwoorden.
“Cato we gaan vandaag beeldhouwen.”
“Neeneenee, ik ga schilderen.”
“Cato, dit is leuk en ....”
“Neeneenee, ik ga schilderen.”
“Maar Cato, dit is school en ik…”
“Hou op. Ik ga weg hoor.”
“Nou kom op Cato, ik laat het zien.”
“Doe het maar lekker zelf.”

Dit had zich dan de hele les zo voortgesleept. Cato met de armen over elkaar, José die haar probeert uit te dagen. Uiteindelijk was Cato vermoedelijk met slaande deuren op de wc gaan zitten. Het is allemaal heel begrijpelijk. Je kunt haar in taal niet uitleggen wat er gaat gebeuren. Gesproken taal is voor haar het vermoeiendste wat er is. De inspanning die ze moet leveren om te begrijpen wat je zegt put haar geduld vrijwel onmiddellijk uit. Er hoeft maar een beetje stress bij te komen, zoals een les die ze nog nooit gehad heeft en je mag “Ophoepelen!” van Cato.
Dan gaat ze liever schilderen. Daarbij hoeft niemand haar wat uit te leggen. Dat is wel zo veilig.

Dankzij het filmpje werd ze niet verrast. Ze wist wat er ging gebeuren. En ze schikte zich. Straks mag ze haar lievelingsfiguur maken, Olaf uit Frozen. Dankzij een tweede instructiefilmpje van  José van ongeveer een half minuutje, maakt ze Olaf nu eerst netjes in gips.


We hebben vast nog een lange reis voor de boeg, maar misschien hebben we ons navigatiemiddel nu gevonden.

donderdag 8 mei 2014

Bokito 2

Mijn Asperger vriendje heeft het weer moeilijk. Op zijn paasrapport staat dat hij zal doubleren als het rapport zo blijft. Dat is vreemd want hij had een prachtig rapport. Er staat alleen een onvoldoende op voor handenarbeid want er was een conflict met de leraar over werk wat hij niet had ingeleverd. Verder had de knappe vechter geen onvoldoendes. Hij had zelfs een paar mooie cijfers. Zevens prijken ertussen, maar toch staat er op dit officiële document dat hij met dit resultaat zal blijven zitten.

Hier moet ik even bij stil staan. Wat vind ik hier nou van? Zijn moeder zegt: “Tja dat zullen de regels wel zijn.”
Ik zoek ze op die regels. Een leerling moet om te kunnen worden bevorderd voor alle niet kern-vakken, minimaal een 5,5 hebben. Dit is interessant. Stel een leraar van een niet-kernvak heeft erge moeite met het gedrag van een kind; zomaar een kind en dit kind is toevallig ook niet zo goed in zijn vak. Wat zal er dan gebeuren? Als die leraar een heilige is dan zal hij zich over zijn antipathie heen kunnen zetten. Dan zal hij wellicht elke inspanning van het jonge mens beoordelen naar vermogen en hem toch een zes geven voor de moeite. Niets aan de hand.

Ik ben niet zo veel heiligen tegen gekomen op de scholen van mijn kinderen. Een paar maar. Het lot van zo’n leerling wordt dan wel erg willekeurig. De meeste kinderen met autisme bewegen bijvoorbeeld slecht en zijn bovendien ook niet erg sociaal. Dat laatste is inherent aan autisme namelijk. Zo’n kind zit met het zwaard van Damocles boven zijn hoofd in de gymles.

Mijn asperger vriendje heeft een rugzak. Hij heeft een één voor handenarbeid. Een één duidt aan dat het werk niet is ingeleverd. Hij mag het nu ook niet meer inleveren van de leraar. Vandaar dat hij met dit rapport blijft zitten. Ik vind het heel vreemd dit conflict. Waar is die begeleiding? Waarom laten de mentor, de zorgcoördinator en de ambulant begeleider dit gebeuren? Denken ze dat dit opvoedkundig is? Denken ze dat dit mannetje dat voor alles moet vechten, hier iets van leert? Denken ze dat dit asperger kind sociaal vaardig genoeg is om dit op te lossen?

Op deze school zwaait Bokito de scepter en Bokito wil graag van deze leerling af. Dat heeft hij  de ouders al eens duidelijk gemaakt. De handenarbeid leraar krijgt zijn salaris van de school, niet van de leerling. Ik ruik vaag de onsmakelijke geur van corruptie. 

Maar hier komen dan toch maar weer mijn vragen voor Bokito:
-Gaat u nog iets doen met die € 3000,- leerlinggebonden financiering die u voor mijn asperger vriendje heeft gekregen?
-En wat gaat u dan doen?
-Is er al een Handelingsplan?
-Waarom is er een conflict tussen deze Rugzakleerling en de handenarbeidleraar?
-Waar is de begeleiding?
-Denkt u dat mijn aspergervriendje met deze gang van zaken vertrouwen krijgt in zijn leraren?
-Denkt u dat het in de geest van de wet is om een kind met een IQ van ongeveer 150 te laten doubleren op handenarbeid?
-Mijn aspergervriendje heeft inmiddels eindelijk vriendjes in de klas; denkt u dat het goed is voor de ontwikkeling van deze jongen als hij naar een andere school moet?


Wie is er straks, bij de invoering van Passend onderwijs, de baas? Bokito of de wet? En wie gaat die wet dan handhaven? Ik ben bang dat de ouders weer voor dat karretje worden gespannen. En dan zal deze wet ook voor mijn asperger-vriendje niet veel betekenis hebben.

(Zie ook: Bokito, 06-02-2014)

zondag 6 april 2014

Zelfstandigheid is een groot goed


Leren is voor Cato een schizofrene ervaring. Ze wil graag alles kunnen maar ze wil niet dat mensen haar dingen leren. Ze wil zelf de regie houden en bovendien; als iemand haar iets wil leren, denkt diegene dan dat ze dom is?
Mensen mogen haar niet zien zoals ze is. Ze wil zichzelf niet zien zoals ze is. Als een leraar haar iets gaat leren weet hij iets van haar. Hij weet dat er een hiaat in haar kennis zit dat hij wil opvullen. En dat ervaart Cato als bedreigend. Toch is ze heel blij als ze weer iets nieuws beheerst. Het is een voorturende strijd tussen de behoefte aan autonomie en de nieuwsgierigheid.

Een voorbeeld: Ik wilde dat Cato met de fiets zelfstandig naar haar nieuwe schooltje zou gaan. Een jaar geleden toen ze nog gewoon op school zat ging ze overal zelfstandig naar toe. Het afgelopen jaar is deze vaardigheid volledig verdwenen. Heel jammer natuurlijk. Ik weet echter uit ervaring dat ze het kan leren dus begon ik er weer met frisse tegenzin aan. Dat klinkt niet gezellig maar dat is het ook niet. Als Cato iets niet wil heb je een zware kluif.

Om te beginnen fietsten we samen naar school. Daar had ze helemaal geen zin in. Ze moest dan achter mij aan fietsen want ze wist de weg niet. Dus ging ze liever met de auto. Dagelijks stonden we kibbelend naast de fietsen. Twee meter bij de fietsen vandaan stond de auto geparkeerd. “Met de auto!” stond ze naar me te roepen. "Nee," riep ik terug, "we gaan met de fiets!"

Overigens, Cato wil nog steeds in New York gaan wonen en daar fietst niemand. Daar gaat iedereen met de taxi. “Ik hoef de weg niet te weten. Dat weet de taxichauffeur.” Dom is ze niet en daar ben ik dan vreemd genoeg blij mee.

Zodra Cato op de fiets zat ging ze dromen. Ze volgde mijn achterwiel en dacht aan haar favoriete filmpjes. Ze lette niet op de route. Ze moest achter mij aan fietsen. Daar baalde ze van, maar met haar dromerijen kon ze zich daarvan afsluiten. Af en toe riep ik naar haar: “Kijk Cato, bij dit punt moeten we linksaf.”
“Weet ik!” schreeuwde ze dan boos naar mij.

Na een paar weken werd het tijd om haar voorop te laten gaan. Minutenlang stonden we op straat te ruziën. Cato maakte dan een gebiedend gebaar met haar hand wat zoveel betekende als: Na u. Ik zei: “Nee, jij gaat voorop.” Uiteindelijk scheurde ze er boos vandoor. Bij elke kruising aarzelde ze en werd ze woedend omdat ik het moest voorzeggen.

Onvermijdelijk kwam het moment dat ze de weg wist. En nu is ze zo blij. Ze springt op de fiets. Ze vraagt nooit meer om de auto. Ze kan naar school fietsen zonder mij, helemaal alleen. En dat gevoel van vrijheid en zelfstandigheid maakt haar zichtbaar gelukkig.

Dat is wat we met onderwijs proberen te bereiken. Levensgeluk door autonomie. Het is de strijd meer dan waard.

woensdag 12 maart 2014

Recht op onderwijs

Cato is weer vrolijk. Ze loopt voortdurend te giechelen. Gisteren heeft ze zelfs de hele dag kleren gedragen in plaats van de eeuwige pyjama waar ze het afgelopen jaar in rondspookte. Ze kwam stralend thuis uit ‘school’.
“Hoe was het vandaag?” vroeg ik.
“Heel leuk”, riep ze, niet op haar gebruikelijke monotone toon als een verplichting, maar blij.
“Wat heb je gedaan vandaag?” vroeg ik, “Kun je dat vertellen?”
“Gestudeerd en geschilderd.”
Dat was een interessante mededeling. Ze was de dag begonnen met de logopediste. Dat was blijkbaar studeren voor haar. Dat is ook een juiste beleving want wat de logopediste aanbiedt vindt ze moeilijk. Cato kan dingen zeggen zolang die door haar eigen gedachten worden aangestuurd. Als ze over iets wil vertellen wat geweest is wordt het moeilijk. Ze komt nooit op een zin als: “Toen wij vorige week in Amsterdam waren hebben wij die jurk gezien. En die wil ik hebben.” Ze zou niet weten waar te beginnen om mij dit duidelijk te maken. Hoe graag ze die jurk ook wil hebben. Tijd en plaats oriëntatie, praten en begrippen in woorden gieten. Als je dat allemaal niet beheerst kun je de meeste gedachten die in je opkomen niet met iemand delen. Dit veroorzaakt behalve frustratie, machteloosheid en vereenzaming en dus ook verdriet. Daarom moeten we haar leren om haar gedachten te delen met anderen. Voor haar levensgeluk en zelfstandigheid.

Na de logopedie mocht ze schilderen aan een werk van eigen keuze. Piet vertelde dat ze zich daarbij laat instrueren. Hij had een witte gladde pop voor haar meegenomen. Een driedimensionaal object om haar te leren diepte te tekenen. De pop sluit aan bij Cato’s belangstelling voor romantische strips van manga-achtige figuren met grote glanzende ogen.

Quinten haalde haar om twee uur uit school. Hij vertelde dat ze enorm veel plezier hadden, Piet en Cato. Samen fietsten ze naar huis. Ik denk nog een of twee weekjes en dan gaat ze zelfstandig.


Wonderlijk genoeg zal iedere zorgende, beleid makende, onderwijsgevende, overheidsdienende, rechtbewakende, gezaghebbende door ons betaalde bemoeineus die met jonge opgroeiende mensen te maken heeft je kunnen vertellen hoe belangrijk het is dat jonge mensen niet uitvallen op school en lusteloos thuis komen te zitten. Er zijn ontelbare instanties die betaald door het ministerie van OCW zich daar mee bezig houden. Vreemd genoeg heeft niemand de afgelopen tien maanden naar het welzijn van Cato geïnformeerd. En trouwens, er zitten ondanks al die wijsneuzen een paar duizend kinderen thuis. Als we nou eens al die instanties opheffen, zou dat niet een enorme bezuiniging opleveren? En dan steken we dat geld in deskundig speciaal onderwijs en handhaving. Dan kan een kind als Cato gewoon naar school.

zondag 2 maart 2014

Pudding

Academie Cato heeft nu een week redelijk goed gedraaid. Al had het project een hele moeilijke start. Het was om te beginnen moeilijk om Cato erop voor te bereiden. Ik kon haar wel vertellen wat we gingen doen maar ik kon niet voorkomen dat Cato haar eigen voorstelling erbij maakte. En die vertelde ze mij niet. Wat is school voor Cato? School was tot nu toe voor haar een plek waar het grootste deel van de dag dingen gebeuren die ze niet begrijpt. Mensen praten met elkaar; ze verstaat ze niet. Kinderen zijn druk met elkaar bezig; ze begrijpt het niet.
Ik beloofde haar dat op deze school voorlopig geen andere kinderen zullen komen en dat ze zal mogen schilderen.

De eerste schooldag. Ze begon de dag met een uurtje logopedie. Praatles eigenlijk. De logopediste, Marianne, kende ze al. Vanaf de eerste keer dat die twee elkaar zagen was het dikke mik. En dat is iets om heel blij mee te zijn want taal is Cato’s grootste probleem en taalles is dus erg confronterend voor haar. Ze wil het eigenlijk niet. “Ik kan praten!”, roept ze dan. Maar met Marianne gaat het toch goed.

Na de logopedieles kwam een beeldend kunstenaar met haar werken. Deze kunstenaar kende ze ook al van een eerder project. Dat project was mislukt omdat we er een eind voor moesten rijden. Cato heeft een hekel aan autorijden, dus kwam ze elke keer zo gefrustreerd op les dat de les niet lukte. Tenminste dat dacht ik. Tijdens deze eerste schooldag bleek het toch de leraar te zijn. Cato zette al haar verzet in. Na een uur al werd ik gebeld dat het niet ging.

In de auto naar huis zei Cato dat ze nooit meer naar school wilde. Ik probeerde met haar te praten. “Maar dan wordt je een zwerver!” riep ik, want dat zijn haar eigen woorden.
“Ik ga nooit meer naar school!”, schreeuwde ze naar me terug. Ik stopte abrupt de auto. “Cato, wil je dan een dikke pudding worden? Wil je dan je hele leven in de kelder in je pyjama zitten en niet bewegen? Dan wordt je een dikke pudding”, ik was wanhopig. Al dat werk, al die voorbereiding. Ik kende Cato’s ‘nee’. Niemand is zo sterk als zij.

We kwamen met knallende ruzie thuis. Cato ging onmiddellijk onder de douche staan. Ik stortte mijn hart uit bij de jongens die erg meeleven met het project. Wessel en Quinten beloofden met haar te praten.

Toen ik na een poosje langs de douchedeur kwam waarachter Cato al een half uur het warme water over haar rug liet lopen, klonk haar stem door de gesloten deur: “Mam!”
“Ja, Cato.”

“Dan wordt ik wel een pudding hoor.” Zei ze kalm.

zaterdag 1 maart 2014

New York City

Het was even stil op de blog, maar het was dan ook verrekte spannend afgelopen twee weken.

Mijn enthousiasme over het lokaal, de bijna gratis meubels, de prachtige potten verf uit de kunstwinkel stond in schril contrast tot het vreugdeloze en neerslachtige meisje dat door mijn huis dwaalt en helemaal nergens meer zin in heeft.

Op een zekere vrijdag, niet zo lang geleden, heb ik alle mensen die wilden meewerken aan het project uitgenodigd voor de lunch. Waar had ik die mensen vandaan? Hoe kwam ik op dit onwaarschijnlijke idee? Ik heb het gevoel weken niet geslapen te hebben. Onbekende mensen die niet weten wat hen boven het hoofd hangt en misschien wel denken: ‘dit doen we even’, Cato die zich steeds meer in tekenfilms verstopt.
Krijgen we het geld? Ga ik nog langer wachten met het risico dat Cato straks honderd kilo weegt omdat ze alleen nog maar potten pindakaas leeg lepelt en naar youtube filmpjes kijkt?

Afgelopen herfst had ik visite van een vriendengroepje. Eén van hen is beeldend kunstenaar. Ze zei: ‘Het is echt knap wat Cato maakt. Jullie moeten José hebben.’
Ik heb al jaren het gevoel dat Cato een leermeester nodig heeft, maar vindt die maar eens. Ik had al gezocht en nooit gevonden. Autisme slaat veel deuren dicht.

Ik probeerde met José in contact te komen maar dat lukte niet onmiddellijk. Toen sprak ik een leidinggevende van Wessels school, iemand waar ik het goed mee kan vinden en die ook veel voor Wessel doet. Die zei: ‘Je moet Piet hebben. Bel Piet.’

Out of the blue kreeg ik een mail van de leerplichtambtenaar die mij een reclamefolder doorstuurde van een mevrouw die een winkel is begonnen om kinderen die niet meer naar school kunnen onderwijs te geven. Vindt de tegenstrijdigheid in deze alinea! Maar die dame belde ik toch op.

Rond de kerst had ik bijna een PGB voor Cato geregeld. Ik ging de boel aan elkaar breien. Het leek erop dat ik geld zou krijgen en er bleken ergens mensen rond te lopen die misschien iets konden doen voor het meisje.

De dame die de leerplichtambtenaar had aangeleverd viel al snel af. Ze deed mij te sterk denken aan de schooldirecteuren waar ik de afgelopen twintig jaar tegen gestreden heb. Toch was zij wel het zetje wat ik nodig had.

We lunchten uiteindelijk met twee beeldend kunstenaars, waarvan één Piet heet, een creatief therapeute, José, een coach en een vriendin van mij die zich als vrijwilliger had aangemeld.

We maakten een plan terwijl iedereen wist dat het vermoedelijk heel anders zou gaan lopen. Niemand kende Cato. Ik kon er alleen maar over vertellen.

Beneden in mijn kelder zat Cato intussen te dromen van New York city, want daar zijn de smurfen geweest en daar wil ze gaan wonen.

donderdag 13 februari 2014

Een tik van de molen

We gaan starten deze week. Ik zal eerst het lokaal schoon moeten maken en dan gaan we samen -Cato’s broers helpen mee hoop ik- alles erheen slepen; tafels, stoelen, ezels, papier, klei, verf, kwasten en wat we nog meer nodig gaan hebben om een dagbesteding te kunnen beginnen.

Vreemd genoeg komt veel op je toe als je het nodig hebt. Gisteren zei iemand tegen me: kun je een paar vergadertafels gebruiken? Mooie zware werktafels blijken het te zijn met van die onverwoestbare bladen.

Maar niet alles.

Ik ben al maanden bezig met dit project. Cato moet de deur uit. Dat was ons allang duidelijk. Ze moet weer worden uitgedaagd. Thuis wordt ze verdrietig en lamlendig.

Jeugdzorg en UWV hebben beiden verklaard dat er voor Cato niets te krijgen is in onze samenleving en dat de samenleving haar trouwens ook niet wil.
Begin november vorig jaar kreeg Cato eindelijk vrijstelling van leerplicht, na vijf maanden zeuren. Toen kon ik pas een PGB aanvragen. Ik stuitte natuurlijk onmiddellijk op de bezuinigingsmaatregelen en om die te kunnen volgen moet je elke vorm van logica laten varen. 

Het zit zo: Als je 18 jaar bent, niet naar school kunt en niet kunt werken dan heb je recht op dagbesteding. Als die dagbesteding er niet is, heb je recht op PGB. Cato kreeg de hoogste klasse dagbesteding: 8 dagdelen. Maar er bleek geen dagbesteding in staat om haar op te vangen en toen gebeurde er iets heel mysterieus. Vanwege de PGB aanvraag zette het Zorgkantoor de 8 dagdelen om naar persoonlijke begeleiding en 8 dagdelen is volgens Den Haag hetzelfde als 8 uur persoonlijke begeleiding. Als je recht hebt op minder dan 10 uur persoonlijk begeleiding heb je geen recht meer op PGB en krijg je dus niets.

Samengevat: Cato heeft het recht om 4 dagen in de week door deskundige mensen te worden begeleid. Maar omdat de overheid intelligente autisten met talenten, stelselmatig en met passie over het hoofd ziet, kan er geen dagbesteding geleverd worden en heeft Cato ineens nergens meer recht op.
Ik waarschuwde al; om deze overheid te begrijpen moet je elke vorm van logica laten varen.

Een alerte mijnheer van het Zorgkantoor zag gelukkig net op tijd dat Cato’s broer 2 uur  begeleiding krijgt.  Dus nu krijgen we het toch. Omdat we de kinderen bij elkaar op mogen tellen. Enig kinderen met een probleem als dat van Cato worden dus gediscrimineerd. Die mogen thuis gaan zitten, alleen. Gezinnen met meer gezonde kinderen en maar één zorgkind mogen zich op een bepaalde manier misschien gelukkig prijzen, maar eigenlijk dus toch ook weer niet.


Cato krijgt nu haar atelier, haar eigen dagbesteding waar ze adequate begeleiding gaat krijgen, zodat ze kan groeien naar volwassenheid. Dankzij het gelukkige feit dat haar broer ook een tik van de molen heeft. Net als onze overheid trouwens.

donderdag 6 februari 2014

Bokito

Het zoontje van een vriendin heeft asperger. Hij is twee jaar jonger dan zijn klasgenoten want hij is zo slim. Ik vind hem een hele lieve jongen maar hij schijnt sociaal onhandig te zijn. Asperger zegt het al; het is een autistische stoornis. Mijn kinderen deden het ook beter bij volwassenen dan bij soortgenoten.
Deze jongen kreeg net als mijn kinderen de diagnose omdat de school hem anders niet meer wilde. De school heeft een zak met steekpenningen geëist en toen mocht hij blijven.

Nu zit deze jongen dus met een RUGZAK in de tweede klas van de middelbare school. De ambulante begeleiding is vooral in naam bekend. Het schooljaar is al over de helft maar er is nog geen handelingsplan.

Toch heeft deze bink het zonder kleerscheuren voorbij de Kerstvakantie gebracht, inclusief een goed rapport. Maar nu is hij dan toch geschorst. Het kwam als een donderslag uit heldere hemel. Het was geen opstapeling van incidenten, nee, hij deed iets stouts en BOEM, ga jij maar naar huis.

Wat was het vergrijp? Hij heeft iets lelijks over een ander kind gezegd op social media. Hier heeft de school eigenlijk niets mee te maken maar de moeder van dat andere kind heeft zich beklaagd op school waarop de zoon van mijn vriendin zonder omwegen werd geschorst. Het gevaar van Social Mediale harassment is hot in Nederland. De ouders van het gekwetste kind konden zich verzekerd weten van de volle aandacht.

Autistische kinderen zijn helaas geen hot-news. Daarom realiseren maar weinig mensen zich dat een kind met asperger de gevolgen  van dergelijke acties helemaal niet kan overzien. Een autist kan zich niet inleven in de gevoelens van anderen. Deze jongen hiervoor schorsen is als een deur in het gezicht van een blinde dichtslaan en die blinde dan toevoegen: ‘Kijk dan ook uit!”

Mijn vriendin en haar ex-man werden bedreigd door de directeur van de school. Deze man, die net zijn schoolkas heeft gespekt met € 3000,- leerlinggebonden financiering –het geld van mijn aspergervriendje dus- voelde zich niet verplicht het zorgkind waar hij verantwoordelijk voor is, de rechtmatige  zorg te gunnen. “U kunt kiezen, we kunnen nu het traject naar Speciaal Onderwijs inslaan, of u kunt wachten op de volgende keer dat het misgaat en dan wil echt niemand uw zoon meer hebben. Dan komt hij in de crisisopvang.”

Voor wie dit niet begrijpt: schorsen is dossier maken. Als de school genoeg minpuntjes heeft verzameld van een kind mag de school dat kind lozen. Een soort ontslagprocedure.

Mag ik u vragen mijnheer de directeur:
-Heeft u aan die ouders en hun gekwetste zoontje uitgelegd dat deze jongen autistisch is?
-Heeft u aan mijn autistische vriendje uitgelegd waarom het niet goed is wat hij gedaan heeft?
-Was daar een deskundige bij?
- Heeft u sowieso de deskundige die vanwege de rugzak hierbij betrokken moet worden om advies gevraagd?
- Heeft u zelf verstand van autisme?
-Had u een plan nadat die ouders zich beklaagden of bent u gewoon als een Bokito te keer gegaan?
-Wat gaat u doen met het Rugzakgeld van deze jongen?
-Gaat u nog een Handelingsplan maken of zit er een personeelsuitje in de plannenkoker?
-Wist u dat een Handelingsplan binnen zes weken na het toekennen van de Rugzak gemaakt moet zijn?
-Wist u dat in dat Handelingsplan omschreven moet staan waarom dit kind die Rugzak krijgt -wat hij zo moeilijk vindt in het leven- en hoe de school die Rugzak in gaat zetten om het kind te helpen bij zijn ONTWIKKELING?

Als Passend Onderwijs er straks is gaan dan alle Bokito’s terug naar Blijdorp?

Ik ben bang van niet.

zondag 2 februari 2014

Vreemd, deel 3

Welke ouder is niet opgelucht als de peuter een paar dagen per week de last wordt van een ander. Veel ouders, misschien wel de meesten, laten zo’n 75 % van de opvoeding over aan de instellingen die daarvoor zijn ingericht: peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, kleuterschool, naschoolse opvang en tot slot de ultieme verlossing: school.

Je moet er toch niet aan denken dat je de kinderen de hele dag om je heen zou hebben? Zelfs in de 16e eeuw was er een soort bewaarschool waar je de kroost een deel van de dag kon achterlaten. Versleten koetsiers die niet meer bij weer en wind op de bok konden zitten zwaaiden er de scepter. Met een beetje geluk leerde het schoffie er het ABC en tot tien tellen. Soms ook niet.

Gelukkig is het ook in onze tijd vanzelfsprekend dat wij onze kinderen niet helemaal alleen hoeven op te voeden. We kunnen dat met een gerust hart het grootste deel van de week aan een ander over laten. Onze kinderen die net zo zijn als wij, die herkenbaar reageren en die met de normale middelen op te voeden zijn, die laten we het grootste deel van de week over aan de zorg van een vreemde omdat het anders veel te zwaar zou worden voor de ouders. Ondoenlijk eigenlijk. Kinderen moeten de deur uit. Anders word je gek!

Kinderen die niet op een herkenbare wijze opgroeien, die behept zijn met allerlei stoornissen, die niet met de bekende middelen op te voeden zijn, die kunnen niet met een gerust hart worden achtergelaten op een school. De opvoeding van deze nakomelingen is voor de ouders een bovenmenselijke krachtsinspanning, maar als de leeftijd bereikt wordt waarbij andere ouders grotendeels verlost worden van de zorg, beginnen voor deze ouders de zorgen pas echt.
Het doodnormale recht dat alle ouders hebben, het recht op verlichting van de taak, wordt deze ouders ontzegd. Sterker nog, de taak wordt hen schielijk nog onmogelijker gemaakt.


En dat vind ik dus heel vreemd.